Over Toezichthouders en luisterende oren / “Zachte heelmeesters maken stinkende wonden”

DEZE PUBLICATIE WORDT NIET OP DE WEBSITE VAN FINDINET GEPUBLICEERD.
FOR YOUR EYES ONLY:
- DE AUTORITEIT FINANCIELE MARKTEN AFM &
- DNB ALS TOEZICHTHOUDER OP VERZEKERAARS.

In de afgelopen decennia heeft het falen van Toezichthouders de ene na de andere ramp tot gevolg gehad.
Net als President TRUMP wanen toezichthouders zich onfeilbaar en zij stellen zich ambtelijk op.
Van enige vorm van nieuwsgierigheid is geen sprake en voor wat betreft vakbekwaamheid is het evenzeer mager gesteld.
De redactie van Findinet durft dit te stellen, aangezien recentelijke weer is gebleken dat één van onze Toezichthouders weigert op te treden waar dit zeer gewenst is.
Binnen de verzekeringsbedrijfstak kennen wij toezichthouders als de SER, Verzekeringskamer, DNB en de AFM.
Maar binnen het kader van deze publicatie menen wij toch ook het structurele falen van toezicht vanuit de Branchevereniging NVA (thans Adfiz) en VNAB onder de aandacht te moeten brengen.
WAAROM IS ADEQUAAT TOEZICHT ZO BELANGRIJK?
Iedere markt kent partijen die het niet zo nauw nemen met wetgeving en afgesproken regels. De verzekeringsmarkt is daarop geen uitzondering.
* Adviseurs die consumenten doelbewust knollen voor citroenen verkopen.
* Gevolmachtigde agenten die hun handtekening zetten namens verzekeraars die niet bestaan
* Financieringsbedrijven die via dubieuze verzekeringsproducten hun klanten oplichten
* Tussenpersonen die zich profileren als serviceprovider om vervolgens via het intermediair ondeugdelijke producten aanbieden.
* Beursmakelaars die gebruik maken van verboden constructies voor co-assurantiezaken
* Verzekeringsmaatschappijen die hun klanten ondeugdelijke spaarproducten verkopen
* Verzekeringsmaatschappijen die in fraaie folders toezeggingen doen die zij niet waar blijken te maken.
Wij geven u eerst enkele praktische voorbeelden van falend toezicht en de gevolgen daarvan.
SER, VERZEKERINGSKAMER, AFM, DNB
Toezichthouders zijn niet alwetend en zij kunnen slechts handhaven als zij weten dat er gehandhaafd moet worden.
Hun taak verschilt dus niet van die welke de BOA’S uitoefenen : handhaven als je ziet dat iemand de wet overtreedt.
Handhaving is uitermate belangrijk voor een gezonde bedrijfstak.
Zodra het toezicht faalt, zien meer en meer “handige jongens” hun kans schoon om – net als anderen – de wetgeving aan hun laats te lappen.
ONDERNEMEN ZONDER DIPLOMA
Zo ontdekte de SER in 1971 dat het bedrijf van mijn vader geen firma meer was nadat de rechtsvorm Besloten Vennootschap was geworden.
Wij ontvingen meteen een brief waarin de heer De Meij ons verzocht te melden wie de feitelijk leider was van de BV.
Mijn vader reageerde en meldde dat er geen wijziging was in de feitelijke leiding.
Daarop meldde de heer De Meij dat mijn vader zijn rechten op anciënniteit had verloren nadat de rechtsvorm was gewijzigd.
Met andere woorden : u dient per direct te melden wie bij Lugt Sobbe de feitelijk leider is en welke diploma’s deze heeft behaald.
Groot was de schrik: wij zouden het bedrijf moeten sluiten als wij geen feitelijk leider konden aanstellen en door het aanstellen van een buitenstaander zou de leiding uit handen zijn gegeven.
Een onbestaanbaar vooruitzicht voor mijn vader.
Ik werkte tot voor kort nog als stagiair bij de verzekeraar De Hollandsche Lloyd.
Moest dus nog beginnen met het behalen van de benodigde diploma’s A en GA.
En op basis daarvan moest ik nog bij de Kamer van Koophandel als makelaar worden getoetst voor de Assurantiebeurs.
Vanwege de omstandigheden en omdat de nieuwe WAB nog maar kort van kracht was, heeft De Meij mij twee jaren uitstel gegeven om dit allemaal voor elkaar te krijgen.
Weliswaar was dat een grote inspanning, maar dat is dus gelukt.
Eigenlijk was de zwaarste dobber de toetsing als beursmakelaar door de Kamer van Koophandel.
Als je niet echt de tijd heb gehad om als makelaar brand- en transportverzekeringen tot stand te brengen, is de theoretische kennis maar net voldoende om met de hakken over de sloot de beëdiging als makelaar te mogen aanvragen.
Handhaven werkt dus.
TOETSFRAUDE BEURSMAKELAARS
De Wet Assurantie Bemiddeling voorzag in het fenomeen “Assurantiemakelaar”. Zij die ter beurze werkzaam waren en in het bezit waren van een A-diploma, mochten door een andere makelaar worden voorgedragen om in aanmerking te komen voor beëdiging. Voorafgaande aan de beëdiging moest een toets worden afgelegd waaruit bleek dat de kandidaat ervaring had op het gebied van makelaardij ter Beurze.
Tijdens een vergadering te Rotterdam (congresgebouw/blauwe zaal) is mij gebleken dat geen van de aanwezige makelaars moeite had gehad om de toets te doorstaan. “Ons kent ons”. Ongevraagd hadden de examinatoren hen vooraf de vragen en de antwoorden verstrekt. Dit was voor een mij totaal onbekend fenomeen en het feit dat het bestuur van de toenmalige Sectie Makelaars ter Beurze van de NVA hiervan op de hoogte was, maakte duidelijk dat van hoger hand het beoogde toezicht en handhaving doelbewust teniet werd gedaan.
Zo leg je de bijl aan de wortel van de boom. “Ons kent ons” is niet de juiste basis voor een adequate marktwerking.
Op deze wijze beperk je deze nobele kwalificatie van Registermakelaar tot een kleine kring “incrowd”.
BROKERS COVERS (1)
Op een zeker moment ontdekte ik dat er makelaarshuizen waren die polissen zelf ondertekenden zonder te beschikken over een volmacht.
Omdat dit volstrekt in strijd was met de daartoe in het leven geroepen wetgeving (WAB), heb ik dit gemeld bij de voorzitter van de Sectie Makelaars ter Beurze (Zoutendijk??) .
Deze leek verrast met mijn openbaring en hij zou de zaak onderzoeken.
Waarschijnlijk hield zijn eigen onderneming zich ook bezig met deze onwettige praktijken, want ik heb er verder nooit meer iets van gehoord.
ASSURADEUREN
Tot 1974 was het gebruikelijk dat de makelaars hun zaken onderbrachten bij gevolmachtigde agenten “Assuradeuren”. De meeste makelaars waren in die jaren op de een of andere manier gekoppeld aan een Assuradeur. Zo wisten zij eigenlijk al welke premie en voorwaarden of clausules gewenst waren om een adequate offerte te kunnen uitbrengen.
De beursmakelaars gingen rond met hun sluitnota’s en de assuradeuren schreven het door hen geaccepteerde aandeel (percentage of bedrag) op de sluitnota. Een paraaf volstond om “direct ingaande” dekking te kunnen garanderen.
Ten tijde van de ondertekening van de polis, bezorgde de makelaar het polis document bij de Assuradeur, zodat deze d.m.v. een reeks stempels kon melden welke verzekeraars via zijn volmacht het risico verzekerden.
Was er sprake van 10 of 30 Assuradeuren, dan was zo’n polis soms wel maanden onderweg voor deze door allen was voorzien van de relevante stempels en getekende aandelen.
Op enig moment heeft de Vereniging van makelaars ter Beurze besloten dat het stempelen wel erg inefficiënt was. In overleg met de SER en het VNAB is toen besloten dat de Gevolmachtigde agenten konden volstaan met het deponeren van een verdeelbrief met een vaste verdeling. Op de verdeelbrief stonden alle namen van de verzekeraars die via de gevolmachtigde op beurspolissen betrokken zouden zijn.
Was er sprake van een wisselende samenstelling qua aandeel, dan werden zgn Poolverdelingen toegepast. Door in de polis te verwijzen naar de relevante poolverdeling gaf dit de gevolmachtigde toch iets meer vrijheid tot handelen.
Helaas bleken sommige Assuradeuren zich niet te houden aan een zgn vaste verdeling. Zie publicatie Assurantie Magazine.
“De Utrechtse officier van justitie heeft Minco Maring, voormalig directeur van de drie jaar geleden gefailleerde maatschappij Stichtse Glas, aangeboden om door betaling van f 20.000 verdere strafvervolging te voorkomen. Volgens een persbericht van het arrondissementsparket Utrecht heeft Maring bekend zich begin 1992 schuldig te hebben gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrifte. Op zijn aandringen heeft de boekhouder van de Stichtse onjuiste gegevens verwerkt in de financiële administratie over het jaar 1991.”
De feitelijke dekking werd geleverd door andere verzekeraars dan die welke bij het VNAB waren gedeponeerd via de verdeelbrief.
En zo is ondermeer verzekeraar Stichtse Glas ten onder gegaan. De verzekeraar die de premies had geïncasseerd, die bleek niet solvabel. Dus was de gevolmachtigde genoodzaakt schadelasten te incasseren bij de verzekeraar die op de verdeelbrief was genoemd. De fraude die aan het licht was gekomen ten huize van Stichtse Glas, had te maken met fronting.
De feitelijke verzekeraar was namelijk de in Luxemburg gevestigde firma Ardenia die zich als herverzekeraar profileerde.
Herverzekeraars vallen niet onder het toezicht. Dus de Stichtse Glas bleef met de brokken zitten toen de Ardenia failliet ging. Welke personen er achter de Ardenia schuil gingen, is nooit bekend gemaakt.
Dagblad Trouw daarover: LINK
“DRIETAL VAN STICHTSE GLASVERZEKERAAR VEROLGD OM FRAUDE
AMSTERDAM – Drie mensen worden vervolgd in verband met de ondergang van de Stichtse glasverzekeraar. Dat heeft het openbaar ministerie in Utrecht laten weten aan minister Zalm van financiën. Het drietal wordt beschuldigd van bedrog, verduistering en oplichting.”
Zo zie je maar welke enorme gevolgen zijn als het toezicht faalt.
Alhoewel meerdere belangrijke verzekeringshuizen nadrukkelijk betrokken waren bij deze affaire, zijn deze nooit vervolgd.
Of de twee namens de Stichtse Glas aangestelde optredende gevolmachtigden vervolgd zijn, is nooit bekend gemaakt.
De eerste verzekeraar die zich ter beurze presenteerde, dat was de Zurich verzekeringsmaatschappij. Hun medewerker Hildebrand moest zich dus als eerste verzekeraar aanvaard worden zonder inzet van een gevolmachtigde. Het heeft wel even moeten duren voor de makelaars bereid waren om Verzekeraar de Zurich op hun business te betrekken.
HET GOUDEN LEVEN VAN VIE D’OR
Verzekeraar Vie d ‘Or was in oorsprong een kleine levensverzekeraar die haar diensten met name had aangeboden bij een selectief aantal ondernemingen. In feite was de Vie D’Or het gereedschap dat door deze ondernemingen werd gebruikt voor fiscale vorming van spaarreserves die door Vie d ‘Or werden belegd. Het was een succes. Op enig moment hebben de initiatiefnemers besloten dat zij de succesformule ook zouden willen aanbieden bij consumenten die zich lieten adviseren door het intermediair. Zij zochten een gevolmachtigde en ik trof een directielid bij toeval op mijn pad. Omdat Vie d’Or naar mijn mening niet afdoende geëquipeerd was om pensioenverzekeringen aan te bieden via het intermediair. Wij waren bereid deze taak op ons te nemen mits alle polissen via onze administratie zouden lopen. Dat vonden wij belangrijk om te kunnen garanderen dat Vie D’Or zou beschikken over een eensluidend model voor het verdelen van risicopremies en spaarpremies.
Omdat de Vie D ‘Or beschikte over een vergunning, was ik bereid om als gevolmachtigde op te treden mits dat exclusief zou zijn, Het aanstellen van andere gevolmachtigden zou uitsluitend geschieden in overleg met mij.
Zo wilde ik voorkomen dat de Vie dÓr door onbetrouwbare partijen kapot gemaakt zou worden.
Op enig moment kreeg ik van tussenpersonen klachten over het feit dat onze offertes een lager rendement boden dan de offertes van de firma Interleven.
Mij bleek dat Interleven (de heer Bonder) een product op de markt had gebracht dat gepresenteerd werd als koopsompolis, maar in feite een premiebetalende verzekering betrof.
Niets minder dan verzekeringsfraude.
Ik heb Vie d’Or voor de keuze gesteld: of geen zaken meer doen met Interleven. Danwel de samenwerking met mijn bedrijf beëindigen.
Vie d ‘Or nam afscheid van Interleven.
Maar een vos verleerd zijn haren, maar zijn streken niet. Zie publicatie van Findinet.
Wederom klachten van het Intermediair. Een tussenpersoon uit Haarlem bood producten met een hoger gegarandeerd rendement op koopsompolissen.
Nader onderzoek leerde mij dat Vie d’Or deze tussenpersoon had toegestaan om flexibel om te gaan met de provisie.
Naar mijn mening waren wij niet in staat de toegezegde administatieve dienstverlening te leveren, als Vie d’Or andere tarieven zou toestaan aan intermediairs die hun eigen gang mochten gaan.
Ook bleek ons dat er producten werden aangeboden op basis van de Australische dollar.
Daarvoor hadden wij geen administratie ingericht.
Gelet op de problematische gang van zaken, hebben wij de SER geïnformeerd en verzocht onze volmacht door te halen.
Dit duidelijke signaal is niet opgepikt door de SER.
Wij ontvingen vervolgens de mededeling dat een gevolmachtigde niet gemachtigd is om de volmacht te beëindigen.
Dus heeft de SER aan Vie d’Or verzocht om de volmacht in te trekken.
Aldus geschiedde.
En twee jaren later ging de verzekeraar ten onder omdat er niets klopte van de administratie.
BROKERS COVERS (2)
Ik stelde vast dat steeds vaker tussenpersonen zich profileerden als serviceprovider.
Het waren dus concurrenten van mijn bedrijf. Wij waren in Nederland nl. als eerste gespecialiseerd in de dienstverlening aan het intermediair.
Zie een verzekering wilde afsluiten bij Lugt Sobbe, moest dus eerst op zoek naar een onafhankelijke adviseur.
Met lede ogen zag ik dus dat kleine intermediairs plotseling brandverzekeringen gingen aanbieden bij het intermediair.
Natuurlijk kreeg ik ook wel eens polisdocumenten onder ogen en al ras bleek mij dat deze service providers zich gedroegen
als gevolmachtigde agenten. Polis afdrukken, handtekening op de polis en God zij met u.
De verzekeraars die hij in de polissen had genoemd, bleken geen vergunning te hebben en ontkenden betrokkenheid bij de fraude.
Deze gang van zaken heb ik indertijd gemeld aan het bestuur van de NVA.
Die zou een diepgravend onderzoek instellen. Zie publicatie Findinet
Het resultaat was dat de pleger erkend had dat dit niet deugde. Het werd hem vergeven omdat het een jeugdzonde zou betreffen.
De directeur van de firma was een ervaren man wiens activiteiten doorlopend de grenzen van het betamelijk had gezocht.
Zo komt splinter door de winter.
VERZEKERINGSKAMER
Op de een of andere manier was de Verzekeringskamer onder de indruk van de wijze waarop Lugt Sobbe polissen opmaakte.
Wij werden bezocht door Mr. Tulfer van de juridische afdeling.
Men had een nieuwe wet in de maak en daarin was (in art.81) aandacht geschonken aan de verplichting tot het benoemen van de verzekeraars die zich lieten vertegenwoordigen door een gevolmachtigde agent.
Het verzoek was of ik deze wetswijziging zou willen beoordelen.
Mijn conclusie was dat art. 81 zo lek was als een mandje.
Ik stelde een sluitend artikel op en zond dit aan Mr. Tulfer. Zie publicatie Findinet
Hij was innig tevreden met het resultaat en nam dit integraal over in de nieuwe wet.
Het wetsontwerp werd ingediend bij de 2e kamer en werd aangenomen.
Nadat het door de 1e kamer was bekrachtigd, las ik trots nog eens hoe art. 81 in de definitieve wet stond.
Groot was mijn verbazing dat de wet was voorzien van de ongewijzigde lekke tekst.
Op de één of andere manier hebben de lobbyisten dus voor elkaar weten te krijgen dat zij hun gang konden blijven gaan met frauderen.
KAMERVRAGEN
Vervolgens heb ik via kamerlid Jos van Rey over deze gang van zaken vragen laten stellen aan de Minister van Financiën.
Zie publicatie van Findinet.
Deze vragen moesten vervolgens worden ingeleverd bij de voorzitter van de kamer. Die heeft de vragen gewijzigd, zodat de Minister deze eenvoudig kon beantwoorden zonder iets te onderzoeken.
Zoiets noem je “met een kluitje in het riet gestuurd“.
Omdat deze manier van werken in steeds bredere kring werd toegepast, heb ik via redacteur Biemans van Assurantiemagazine de kat de bel aangebonden.
Dat leidde tot een hoorzitting bij de SER. Zie publicatie van Findinet.
De feiten die daar boven water kwamen waren zo schokkend, dat de SER altijd geweigerd heeft om de notulen van de bijeenkomst te verstrekken.
Als gevolg van het massaal negeren van de wetgeving en het overtreden daarvan, heeft de Minister van Financiën de taken van de Ser overgeheveld
naar de AFM. Aangezien de problematiek rond het faillissement van Vie D’Or ook speelde in die jaren, werd de Verzekeringskamer vervangen door
toezichthouder DNB.
RAAD VAN TOEZICHT (hoogste orgaan voor klachten)
Op enig moment was er sprake van een schademelding door iemand die blijvend invalide zou zijn geworden als gevolg van een ongeval.
Hij reed op zijn racefiets over de dijk van een grote rivier. Zijn voorgangers zwaaiden dat de stoet naar links moest. De verzekerde had dit niet gezien en kwam ten val.
Volgens de verzekerde was er sprake van ernstig oogletsel. Een zgn Binasale Hemianopsie. De verzekerde som van de polis was vrij hoog en als makelaar moest ik dus beschikken over een medisch rapport op grond waarvan ik de verzekeraars kon vragen om instemming met de uitbetaling van de verzekerde som.
Maar de verzekerde weigerde zich te laten keuren. Hij had zelf een arts geraadpleegd en het was duidelijk dat diens rapport zou moeten volstaan.
Maar daarmee kon ik niet akkoord gaan omdat volgens de door ons geraadpleegde medische specialist een Binasale hemianopsie doorgaans ontstaat ten tijde van de geboorte.
Een geboorteafwijking kan nooit leiden tot vergoeding van schade wegens blijvende invaliditeit.
Uiteindelijk nam de verzekerde een advocaat in de arm die mij beschuldigde van malversaties.
Diep beledigd heb ik toen de hulp ingeroepen van de Raad van Toezicht. Zie pulicatie van Findinet
Tot mijn stomme verbazing kwam deze tot de conclusie dat ik de schade bij verzekeraars had moeten incasseren op grond van de bevindingen van de eigen arts.
Sterker nog: ik had de goede naam van het verzekeringsbedrijf geschaad omdat ik geweigerd had Lloyd’s te verzoeken om de omvangrijke uitkering te doen.
Ik ben tegen deze uitspraak in beroep gegaan en werd in het gelijk gesteld.
De verzekerde weigerde echter nog steeds een onderzoek naar zijn Binasale Hemianopsie en claimde de schade verder niet.
Ik heb de leden van de NVA in kennis gesteld van het feit dat de Raad van Toezicht aantoonbaar geen verstand van verzekeringen heeft.
ONDERLINGE ZWAMMERDAM
De fraude die aan het licht was gekomen ten huize van Stichtse Glas, had te maken met fronting.
De feitelijke verzekeraar was namelijk de in Luxemburg gevestigde firma Ardenia die zich als herverzekeraar profileerde.
Herverzekeraars vallen niet onder het toezicht. Dus de Stichtse Glas bleef met de brokken zitten toen de Ardenia failliet ging. Welke personen er achter de Ardenia schuil gingen, is nooit vastgesteld.
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Zo bleek één van de grootste makelaarshuizen een kartel-protectie te hebben bedacht door polissen tot stand te brengen bij een door dit huis zelf in het leven geroepen onderlinge verzekeringsmaatschappij. Aangezien de Onderlinge Zwammerdam zich presenteerde als een direct writer, wist de makelaar zo andere intermediairs buiten de deur te houden. In feite waren de verzekeringen gewoon afgesloten op de co-assurantiemarkt, maar de klanten ontvingen dus een beurspolis van de Onderlinge Zwammerdam.
Aangezien de beursverzekeraars niet op de hoogte waren van deze constructie, maakten zij regelmatig gebruik van het recht van opzegging. Deze opzeggingen werden niet altijd optimaal verwerkt door de makelaar en zo kwam op een bepaald moment aan het licht dat de Onderlinge Zwammerdam moest erkennen dat er sprake was van Fronting. Zie publicatie van Assurantie Magazine
FRISIA FINANCIERINGEN
Op enig moment ontdekte ik dat Frisia financieringen de optie bood om een financiering uit te breiden met een dekking tegen:
* overlijden
* arbeidsongeschiktheid
* werkeloosheid
De premie werd gefinancierd, dus eigenlijk merkte je niets van de kosten die je moest betalen.
10.000 gulden lenen met een rente van 9 % kon men verkrijgen op basis van een maandelijkse afbetaling van b.v. 120 termijnen van F. 160,=
120 x 160,= is 19.200,- en dat de rente feitelijk 9.200,= had bedragen, was voor de consument niet duidelijk.
Omdat men na 63 termijnbetalingen eigenlijk het bedrag van de lening had afgelost, zagen de consumenten dus ook over het hoofd.
De feitelijke rente was dus een veelvoud van 9%, want vanaf de eerste termijnbetaling was men al aan het aflossen.
Wat men echter niet zag, was dat de schuld was opgelopen met 15 jaren premiekoopsom.
Dus de schuld was geen 10.000 gulden, maar (fictief) 17.000,= incl. de koopsom voor de verzekeringen.
Dit werd opgelost door de looptijd te verhogen naar b.v. 15 jaren op basis van een termijnbedrag van F. 180,=.
Aangezien er sprake was van een koopsom, moest er sprake zijn van een verzekeringsvorm met extra lange contractduur.
Ik was dus benieuwd naar de naam van de verzekeraar.
Toevallig kwam ik een document tegen waarin de verzekeraar werd genoemd.
Het bleek Lloyd’s te zijn.
Frisia verdiende natuurlijk kapitalen met deze business.
Ik had ontdekt dat alle koopsompremies werden gestort bij een bank in Guernsey.
Omdat de regelementen van Lloyd’s niet toestaan dat contracten een langere duur hebben dan 12 maanden, heb ik mijn relaties / Underwriters gevraagd of zij betrokken waren
bij deze verzekeringsvorm. Dat bleek het geval.
Er was een contract gesloten op basis van een verzekeringsdekking die in geval van ziekte of ongeval 12 maanden dekking bood voor het risico van arbeidsongeschiktheid.
Omtrent de overlijdensdekking was niemand iets bekend.
Omtrent de werkeloosheidsverzekering was met niet bekend met een verzekering.
Met andere woorden: de door Frisia verkochte dekking was feitelijk nergens ondergebracht en de volledige koopsompremie werd gewoon op de bank van Frisia in Guernsey gestort.
Een hoge rente en koopsompremies : dagelijks vlogen miljoenen naar een eiland in het kanaal.
De grootste fraude denkbaar was door mij ontdekt.
Dus heb ik mij gemeld bij de Wettelijke Vertegenwoordiger van Lloyd’s: De heer Fontein Sr.
Deze nam mijn bevindingen niet serieus en deed de zaak af als “Broodnijd”.
De enige die ooit begrepen hoe Scheringa aan het geld was gekomen om een solvabele DSB-bank op te richten, dat was ik.
Mijn belangstelling om de toezichthouders DNB of AFM in te lichten had m.i. geen zin. Zie publicatie van Findinet.
AFM /IPID
De verplichting tot het aanleveren van een IPID, geldt vanaf 23 februari 2018.
Zie publicatie Findinet.
Het is dus wel de hoogste tijd dat verzekeraars en intermediair zich ter dege voorbereiden.
Het heeft volstrekt geen zin om toezicht te houden op Europese wetgeving als de toezichthouder niet beschikt over een model op grond waarvan de aanbieders van verzekeringsproducten kunnen toetsen of zij voldoen aan de wet.
Dus heeft een redactielid een exemplaar samengesteld dat volledig voldoet aan de regels zoals deze zijn vastgelegd in de Uitvoeringsverordening van de EU:

Vervolgens heeft ons redactielid het resultaat toegezonden aan de AFM, zodat men aldaar kan kennis van nemen van het resultaat en desgewenst kritiek daarop kan uiten.
Vervolgens reageerde de AFM op 7 december 2017 als volgt:
“Van het standaardinformatiedocument kan niet worden afgeweken, omdat dit informatiedocument is opgenomen in een Europese verordening en een verordening rechtstreekse werking heeft. Dit betekent dat lidstaten niet kunnen voorschrijven dat andere of extra informatie dient te worden toegevoegd aan het informatiedocument. Ook staat het format van het informatiedocument vast. Het informatiedocument bevat alleen de essentiële informatie over de schadeverzekering daarom is er geen informatie over witwassen of terrorisme in opgenomen.”
Voor de duidelijkheid wordt ons een bijlage toegezonden van het uitvoeringsdocument van de EU:

Met andere woorden: Wij lezen uw stukken niet en zien wel hoe de markt dit gaat toepassen. Als het kalf verdronken is, zullen wij handhaven.
En vervolgens maakt het Verbond van Verzekeraarsbekend dat zij alle verzekeraars gaat adviseren om consumenten te informeren op basis van een zgn Verzekeringskaart.
Zie publicatie van Findinet
Dat de verzekeringskaart volstrekt niet voldoet aan de voor de EU verplichte informatieverstrekking, dat maakt de AFM klaarblijkelijk niet uit, want zij is toch niet in staat om te handhaven!
WOEKERPOLISSEN
De geschiedenis rond woekerpolissen zal niemand in de verzekeringswereld ontgaan zijn.
Verzekeraars incasseren een koopsom en zij zeggen toe dat de verzekerde een uitkering zal verkrijgen waarmee zij hun hypotheek kunnen aflossen of een pensioen kunnen realiseren.
Maar op het moment dat de polis tot uitkering komt, blijkt dat de toezeggingen niet waargemaakt zijn.
Oplopende kosten voor het beheer van de gelden.
Tegenvallende rendementen, kantoorkosten en wat niet meer hebben niet geleid tot de toegezegde som gelds.
Zie publicatie van Findinet.
Er zijn miljoenen woekerpolissen afgesloten en als ik Vie d’Or niet eigenhandig had gestopt, waren het er wellicht nog veel meer geweest.
Verzekeraars erkennen inmiddels (jaren later) dat de factor kosten veel te hoog zijn doorgevoerd.
Verzekeraars erkennen dat zij de contractanten dus aanzienlijk tekort hebben gedaan en zij zijn bereid de uitkering evenredig te verhogen.
Inmiddels hebben meerdere belangenbehartigers geroken dat er geld te verdienen valt.
GEEN TAAK VOOR AFM
Met verzekeraars is overeengekomen dat de belangenbehartigers aan de verzekerden een vergoeding in rekening mogen brengen op het moment dat de verzekeraar een aanvullende uitkering doet.
|Naar nu blijkt, hebben de belangenbehartigers op initiatief van ????
een aanvullende bron van inkomsten in de wacht weten te slepen : nadat alle werk is verricht, mogen zij aanvullend nog 170 miljoen euro verdelen onder de eigen armen.

De stichting HAAL gaat er met de poet vandoor.
Deel dit bericht, kies uw platform!

Redactie Findinet















