Burgerinitiatief Sociale Zekerheid


Zie mede onze publicatie: “Hoe nu verder met de Sociale Zekerheid?”
D
D
D
D
D
D
Men kan de Sociale zekerheiden dus opdelen in de navolgende Categorieën:
A) Nabestaandenpensioen Weduwe/Weduwnaar en Wezenpensioen (Pensioenverzekeraars)
B) Kortstondige arbeidsongeschiktheid (K.A.) zoals bij griep en een botbreuk
C) Langdurige arbeidsongeschiktheid (L.A.) ivm genezingsprocessen
D) Onherstelbare Arbeidsongeschiktheid (O.A.) ofwel Blijvende Invaliditeit
Uitkeringsinstantie GAK en UWV hebben sinds 1951 geen adequate dienstverlening kunnen bewerkstelligen voor het keuren van hun verzekerden.
Ook hebben beide instanties gefaald waar het betreft een accountantsverklaring op grond waarvan men kan aantonen dat de door hen toegekende uitkeringen hebben plaatsgevonden op basis van kenmerken die voldoen aan de wetgevingen WAO, AAR, WIA en WAJONG.
Dit kan niet anders dan leiden tot de conclusie dat de taakstelling van deze instanties dringend moet worden aangepast.
Indien het stelsel van Sociale Verzekeringen zou wijzigen in:
KA: Kortstondige arbeidsongeschiktheid
De ondernemer mag zich desgewenst hiervoor op vrijwillige basis verzekeren bij een particuliere verzekeraar (K.A.O.V.).
Maar indien hij niet beschikt over een toereikend eigen vermogen dan is hij verplicht zich daarvoor extern te verzekeren bij een particuliere verzekeraar.
De werknemer wordt de eerste 20 dagen van arbeidsongeschiktheid doorbetaald en diens K.A.O.V- verzekeraar heeft de plicht de melding van Arbeidsongeschiktheid als
schade af te handelen zonder plicht tot vergoeding van gederfde lonen.
LA: Langdurige Arbeidsongeschiktheid
Indien zodra blijkt dat er sprake kan zijn van Langdurige arbeidsongeschiktheid, komt de loonderving voor rekening van de L.A.O.V.
De verzekeraar (L.A.O.V.) vergoedt de Ondernemer het loon voor de duur van maximaal 50 weken.
OA: Blijvende arbeidsongeschiktheid
Hiervan is sprake als de werknemer niet meer zal herstellen of nog steeds herstellende is na 50 weken.
Het is een werknemersverzekering en de premie wordt gedragen door de werknemer door inhouding op zijn loon:
Het is een omslagstelsel waarbij het resultaat van het ene jaar verrekend wordt met het volgende.
De verzekeraar (O.A.O.V.) schat in wat de graad van blijvende invaliditeit is en past daarbij de AMA GIDS voor het bepalen van blijvende invaliditeit toe.
De keuringskosten zijn voor rekening van het UWV.
Indien bij een werknemer 50% blijvende invaliditeit wordt bemeten, dan wordt de UWV dit gemeld en deze aanvaard de inschatting op het moment dat
50 weken zijn verstreken sedert de arbeidsongeschiktheid. Herkeuring steeds nadat 2 jaren zijn verstreken en steeds door een andere particuliere verzekeraar.
De verzekerde / de werknemer heeft dan recht op 50% salariscompensatie door het UWV, met een maximum van 50.000,=.
De verzekerde / de werknemer die 10% blijvend invalide is, heeft dan dus recht op 10% salariscompensatie.
Werknemers die meer dan 50.000,= verdienen, kunnen zich aanvullend verzekeren en betalen een hogere premie aan het UWV.
Daarbij wordt een omslagstelsel toegepast.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het beroep van de verzekerde personen.
Werknemers die ondanks hun arbeidsongeschiktheid toch nog een aanvullend inkomen weten te verwerven, worden niet gekort op hun uitkering.
Zo kunnen zij toch nog aanvullend inkomen verwerven zonder de zekerheid van een basisinkomen te verliezen.
Deel dit bericht, kies uw platform!

Hans van Ommen











