Kifid: adviseur niet verplicht klant te informeren over premiedaling in de markt

Wie durft er nog een ORV te verkopen?

De Commissie van Beroep van het Kifid heeft met een recente uitspraak een eerder oordeel van de Geschillencommissie over ORV-nazorg terzijde geschoven.

Dat maakte het Kifid vandaag bekend. In de zaak ging het om een klant die zich bij het Kifid beklaagde dat een adviseur hem niet had gewezen op de algehele daling van ORV-premies in de markt. Hij had daardoor naar eigen zeggen een financieel verlies geleden omdat hij, wanneer hij van deze daling op de hoogte was geweest, een nieuwe (goedkopere) verzekering had kunnen afsluiten. De klant hield de adviseur daarvoor verantwoordelijk. De Geschillencommissie van het Kifid stelde de klant voor wat betreft de nazorgkwestie in het gelijk. Zij vond dat onder nazorg van een adviseur ook het actief informeren van de klant over algehele marktontwikkelingen valt. Onder meer deze maar ook andere uitspraken leidden tot veel onrust en boosheid onder adviseurs, met name bij hypotheekintermediairs.

De betreffende adviseur uit Emmeloord ging in beroep en vindt nu de Commissie van Beroep van het Kifid aan zijn zijde. De Commissie vindt dat onder nazorg alleen het informeren over (eventuele) wijzigingen in het product zelf moet worden verstaan. De adviseur had volgens de Commissie niet de nazorgplicht om de klant te informeren over algemene marktontwikkelingen, zoals premiedalingen.

Het Kifid voegt hier nog aan toe dat er op dit moment nog een beroepsprocedure loopt over de zorgplicht van een financieel adviseur bij een ORV. ‘Daarover zal de Commissie van Beroep zich binnenkort uitspreken. Naar verwachting zal de beoordeling liggen in de lijn van de vandaag gepubliceerde uitspraak.’

Daarnaast stelt het Kifid dat in afwachting van een uitspraak van de Commissie van Beroep, de behandeling van soortgelijke klachten bij de Geschillencommissie is aangehouden. ‘Nu deze uitspraak er is en de andere uitspraak in een soortgelijke zaak binnenkort volgt, kan de Geschillencommissie de behandeling van de aangehouden klachten weer oppakken. Bij de beoordeling van deze klachten zal de Geschillencommissie vasthouden aan de lijn zoals in deze uitspraak van de Commissie van Beroep uiteengezet. Vanzelfsprekend wordt iedere klacht op zijn specifieke omstandigheden beoordeeld, wat ertoe kan leiden dat een uitspraak afwijkt.’

GEEN REACTIES