Hoofdpunten Belastingplan 2016

Dat het kabinet de lasten op arbeid met €5 mrd wil verlagen, is inmiddels genoegzaam duidelijk. Minder bekend is dat dit voor een flink deel (€2 mrd) wordt gefinancierd door het versneld afbouwen van de algemene heffingskorting.

De belangrijkste punten op een rij:

Box 1

  • Verhoging van de arbeidskorting. Voor inkomens tussen €9.000 en €50.000 betekent dit een extra arbeidskorting van maximaal €638. Daar staat tegenover dat de arbeidskorting voor inkomens vanaf €60.000 niet extra stijgt en dat voor de inkomens vanaf €100.000 de arbeidskorting volledig wordt afgebouwd.
  • De algemene heffingskorting wordt versneld afgebouwd. Voor inkomens tot €20.000 stijgt de heffingskorting nog licht, maar boven deze grens daalt de heffingskorting. Bij inkomens van €50.000 halveert deze korting, inkomens vanaf €70.000 hebben helemaal geen recht meer op de heffingskorting.
  • Stijging van de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Hiervan profiteren vooral de inkomens tussen €20.000 en €50.000. Voor hen betekent dit een extra korting van maximaal €600.
  • Eenmalige verhoging van de ouderenkorting met €222.
  • Het plafond voor de derde belastingschijf (en daarmee de ondergrens voor de bovenste schijf) gaat omhoog naar €66.421.
  • Het belastingtarief voor de tweede en derde schijf daalt van 42% naar 40,15%. Het tarief voor de bovenste schijf blijft onveranderd.

 

Box 2

Aanpak ‘emigratielek’ aanmerkelijk belanghouder

Om bij emigratie van een aanmerkelijk belanghouder belastingontwijking te voorkomen, wil het kabinet dat de in Nederland over het aanmerkelijk belang opgebouwde fiscale claim behouden blijft. Het kabinet wil daarom dat:

  • Winstuitdelingen na emigratie in alle gevallen leiden tot belastingheffing of tot een intrekking van het uitstel
  • De conserverende belastingaanslag niet meer louter als gevolg van tijdsverloop na tien jaar wordt kwijtgescholden.

Door deze maatregelen kan in Nederland de conserverende belastingaanslag ook bij een winstuitdeling van minder dan 90% worden geïnd. In buitenlandsituaties wordt hierdoor op hetzelfde moment afgerekend als in binnenlandsituaties. Box 3

De rendementsheffing gaat vanaf 2017 op de schop. Het kabinet gaat er vanuit dat:

  • Vermogens tot €100.000 bestaan uit 2/3e spaargeld en 1/3e beleggingen
  • Vermogens tussen €100.000 en €1 mln bestaan uit 21% spaargeld en 79% beleggingen
  • Vermogens boven €1 mln volledig bestaan uit beleggingen.

 

Voor het rendement op spaargeld neemt het kabinet een voortschrijdend vijfjaars gemiddelde. Bij het rendement op beleggingen wordt een meetkundig gemiddelde genomen waarbij het meest recente jaar voor 1/15e deel meetelt. Voor 2017 verwacht het kabinet:

  • Bij spaargeld een rendement van 1,63%
  • Bij beleggingen een rendement van 5,5%

Het belastingtarief in box 3 blijft 30%.

Het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd naar €25.000.

Verruiming schenkingsvrijstelling eigen woning

Vanaf 2017 wordt de eenmalige schenkingsvrijstelling van ouders aan hun kinderen tussen 18 en 40 jaar structureel verhoogd van €53.106 naar €100.000. Daarnaast kan vanaf 2017 de schenking ook buiten de eigen gezinssituatie worden gedaan. Voorwaarde is dat de schenking door de ontvanger wordt gebruikt voor de aanschaf van een eigen woning of voor het aflossen van de hypotheek.

Erfpachtlease niet meer voordelig

Bij de financieringsstructuur of bij de verkoop van beleggingsvastgoed wil het kabinet ‘sale-and-lease-back’ en erfpachtlease gelijk behandelen. Bij erfpachtlease kan de overdrachtsbelasting worden omzeild. Het kabinet wil dit met deze maatregel tegengaan.

GEEN REACTIES