Hoekstra onderzoekt verlaging maximale rente op krediet

Hoekstra onderzoekt verlaging maximale rente op krediet
© Pixabay

Minister Hoekstra van Financiën is een onderzoek gestart naar een mogelijke verlaging van de maximale kredietvergoeding. Ook gaat hij onderzoeken wat de effecten zijn van de maximale kredietvergoeding voor consumenten in financieel kwetsbare situaties. Hoekstra doet dit naar aanleiding van een tweetal moties uit de Tweede Kamer.

Doel van het onderzoek is om te bepalen wat een adequate hoogte van de maximale vergoeding zou moeten zijn en om de consequenties van een generieke of specifieke verlaging van de maximale kredietvergoeding in beeld te brengen. Het onderzoek moet rond de zomer zijn afgerond.

De maximale kredietvergoeding bedraagt op dit moment 12% plus de wettelijke rente van 2%. De Kamerleden Krol en Van Brenk (50Plus) stellen in hun motie van half januari dat, gezien de sterk gedaalde rente, dit percentage voor consumenten extreem hoog is. Zij verzoeken de minister om dit te verlagen. De Kamerleden Van Dijk (SP) en Peters (CDA) verzoeken in hun motie van een week geleden om online winkels in het Besluit kredietvergoeding als aparte categorie op te nemen en de maximale kredietvergoeding voor hen te verlagen van 12% naar 2%.

Verzendhuizen
Relatief veel consumenten raken in de schulden door bestellingen bij online verzendhuizen. Eerder al liet de minister weten dat het hoge percentage betalingsachterstanden bij kredieten die online door verzendhuizen zijn verstrekt, hem zorgen baart. “De verzendhuizen hebben reeds een aantal maatregelen getroffen om de achterstanden terug te dringen, maar ik vind de effecten daarvan nog onvoldoende zichtbaar in de cijfers”, zegt hij in zijn Kamerbrief. Op dit moment is Hoekstra dan ook aan het onderzoeken welke maatregelen de problemen nog verder effectief tegen kunnen gaan. “Ik zal betalingsachterstanden bij verzendhuiskredieten opnieuw meten en aan het einde van dit jaar bezien of maatregelen van aanbieders leiden tot een (structurele) verlaging van achterstanden. Daarna besluit ik of aanvullende maatregelen nodig zijn. In de tussentijd verwacht ik van aanbieders dat zij zich maximaal blijven inspannen om betalingsachterstanden structureel verder terug te dringen.”

GEEN REACTIES