Huishoudinkomen groeit, maar hypotheekschuld stijgt verder

Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens lag in het tweede kwartaal van 2026 slechts 0,7 procent hoger dan een jaar eerder. Tegelijk groeide de totale hypotheekschuld in drie maanden met € 12 miljard tot € 948 miljard. Die combinatie uit nieuwe CBS-cijfers vraagt om een scherpere blik op de financiële ruimte van afzonderlijke huishoudens. Op 23 september publiceerde het CBS de kwartaalcijfers over de financiën van huishoudens. De groei van het reëel beschikbaar inkomen, dus na correctie voor prijsstijgingen, liep terug van 2,2 procent in het eerste kwartaal naar 0,7 procent in het tweede kwartaal. Het gaat om de ontwikkeling ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder, berekend als voortschrijdend jaargemiddelde. Dat is een duidelijke vertraging, geen daling van het inkomen.
Bewegingen
Achter dat totaalcijfer zitten verschillende bewegingen. De totale beloning van werknemers nam met 5 procent toe, mede door hogere cao-lonen en meer banen. Huishoudens ontvingen 7,4 procent meer aan sociale uitkeringen, onder meer door de koppeling aan het minimumloon en hogere pensioenuitkeringen. Daartegenover staat dat zij 6,2 procent meer aan belastingen en sociale premies betaalden. De uitkomst voor een individueel huishouden kan dus sterk afwijken van het landelijke gemiddelde. De woninghypotheekschuld steeg van ongeveer € 936 miljard aan het einde van het eerste kwartaal naar € 948 miljard in het tweede kwartaal. Volgens het CBS hangen die stijging en de ontwikkeling van de woningmarkt samen met hogere huizenprijzen en meer woningverkopen. Afgezet tegen het bruto binnenlands product bedroeg de hypotheekschuld 80 procent, tegen 79,6 procent een jaar eerder.
Gemiddelden
Voor hypotheekadviseurs zit de relevante vraag achter deze gemiddelden: hoeveel ruimte houdt een klant over als woonlasten en overige uitgaven veranderen? Een stijgende landelijke schuld is op zichzelf geen bewijs dat nieuwe hypotheken onverantwoord zijn. Evenmin betekent een gemiddeld hoger reëel inkomen dat iedere koper of bestaande eigenaar meer kan dragen. De samenstelling van het inkomen, de rentevastperiode, buffers en de verwachte lasten na een renteherziening blijven bepalend voor de individuele afweging.
Nazorg
De cijfers bieden ook aanleiding voor nazorg. Bij een klant die binnenkort een nieuwe rente krijgt, opnieuw moet financieren of al krap zit in de maandelijkse uitgaven, kan een actuele begroting meer zeggen dan een berekening op basis van het inkomen bij het afsluiten van de hypotheek. Een adviseur kan daarbij scenario’s bespreken: wat gebeurt er met de betaalbaarheid als de rente of vaste uitgaven stijgen, of een inkomen wegvalt? De CBS-publicatie laat daarmee twee ontwikkelingen tegelijk zien: de reële inkomensgroei is bescheiden en de hypotheekschuld groeit door. De betekenis ervan wordt pas duidelijk wanneer landelijke cijfers worden vertaald naar de situatie van de klant.
Bron: CBS, “Beschikbaar inkomen huishoudens 0,7 procent hoger in tweede kwartaal”, 23 september 2026. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/39/beschikbaar-inkomen-huishoudens-0-7-procent-hoger-in-tweede-kwartaal
Deel dit bericht, kies uw platform!

Rene Graafsma











