DNB: nog 38.000 pensioenregelingen moeten worden aangepast

Pensioenadviseurs en werkgevers staan voor een omvangrijke opgave. Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) moeten nog circa 38.000 pensioenregelingen bij verzekeraars en premiepensioeninstellingen (PPI’s) worden aangepast aan de Wet toekomst pensioenen. De wettelijke overgangstermijn eindigt op 1 januari 2028. Dat blijkt uit de kwartaalupdate over de pensioentransitie die DNB heeft gepubliceerd. Ruim de helft van de pensioenregelingen bij verzekeraars en PPI’s moet nog worden omgezet. Daarmee neemt de druk op werkgevers, adviseurs en pensioenuitvoerders toe.
Fiscale en verzekeringstechnische risico’s
DNB waarschuwt dat het niet tijdig aanpassen van pensioenregelingen verstrekkende gevolgen kan hebben. Pensioenaanspraken kunnen fiscaal onzuiver worden, waardoor loonbelasting verschuldigd kan worden over de opgebouwde aanspraken. Ook kan revisierente aan de orde zijn. Daarnaast bestaat het risico dat bij beëindiging van een uitvoeringsovereenkomst de dekking voor overlijden en arbeidsongeschiktheid en de nieuwe pensioenopbouw vanaf 2028 wegvallen.
Belangrijke rol voor pensioenadviseurs
Volgens DNB hebben pensioenadviseurs, verzekeraars en PPI’s een belangrijke verantwoordelijkheid om werkgevers tijdig te activeren en te ondersteunen. Voor de adviespraktijk betekent dit dat niet alleen de inhoud van de nieuwe pensioenregeling aandacht verdient, maar ook de planning, besluitvorming en tijdige uitvoering.
Ook pensioenfondsen onder tijdsdruk
Naast de verzekerde regelingen moeten nog ongeveer 55 pensioenfondsen en APF-kringen na 1 januari 2027 invaren. De meerderheid daarvan mikt op de uiterste transitiedatum van 1 januari 2028. DNB roept alle betrokken partijen op de resterende werkzaamheden voortvarend uit te voeren.
Bron: De Nederlandsche Bank, kwartaalupdate pensioentransitie, oktober 2026.
Deel dit bericht, kies uw platform!

Rene Graafsma












