Europese en nationale gedragsregels lopen steeds meer uit de pas
De AFM waarschuwt dat Europese regels steeds minder ruimte laten voor eigen wetgeving. Die regels gaan over het algemeen minder ver dan de Wft.
Dat schrijft de AFM in haar wetgevingsbrief 2013 aan het ministerie van Financiën.
Naar zo’n wetgevingsbrief werd altijd met gemengde gevoelens door de markt uitgekeken. Een dergelijke brief bevatte altijd een groot aantal voorstellen tot aanvulling en wijziging van regelgeving waarmee de invloed van de toezichthouder kon worden vergroot. De ervaring is dat de meeste wensen van de AFM ook daadwerkelijk werden ingewilligd.
De wetgevingsbrief 2013 kent een andere inhoud en is voor een belangrijk deel toegesneden op de Europese regelgeving. De AFM verwacht dat op bet gebied van wet- en regelgeving met betrekking tot de financiële markten de aandacht de komende jaren zal verschuiven van regelgeving op nationaal niveau naar de implementatie van Europese richtlijnen en aanpassing van nationale regelgeving aan Europese verordeningen. “De Europese regels voorzien steeds meer in maximumharmonisatie en laten daardoor steeds minder ruimte om ‘eigen’ wensen in nationale regelgeving op te nemen.” De AFM somt een aantal knelpunten op, maar komt uiteraard niet met een oplossing.
Sector-specifiek
“De Europese regels worden grotendeels sector-specifiek opgesteld. Dit brengt het risico met zich dat ten
aanzien van bepaalde onderwerpen grote verschillen tussen sectoren gaan ontstaan met als gevolg een
ongelijk speelveld. Europese regelgevers richten zich bijvoorbeeld uitsluitend op beleggingsondernemingen, bemiddelaars in verzekeringen, of(beheerders van) beleggingsinstellingen.
Deels kan het voornoemde risico worden verkleind door middel van nationale implementatie. Echter, omdat de Europese regelgeving in toenemende mate het karakter van maximum harmonisatie dan wel directe werking draagt, wordt hiermee de mogelijkheid tot het implementeren van nationale sector-brede regelgeving uitgesloten. Voorbeelden van regelgevingonderwerpen waarbij de sector-brede opzet van het Nederlandse toezicht wordt doorkruist door de genoemde sectorale insteek zijn: het beloningsbeleid, geschiktheid van (mede)beleidsbepalers, pre-contractuele informatie (transparantie), compliance, klachtafhandeling, vakbekwaamheidseisen en regels met betrekking tot advies standaarden.”
Afwijkende definities
“De implementatie van sectorale Europese regels ondervindt in toenemende mate hinder van de cross sectorale opzet van de Wet op het financieel toezicht waardoor steeds vaker met afwijkende definities en begrippen wordt gewerkt en uitzonderingen op de cross-sectorale (hoofd)regels worden geformuleerd. Dit leidt tot verschillende interpretaties en onduidelijkheden bij marktpartijen en toezichthouders. Vooral bij marktpartijen resulteert dit in een toename van nalevingskosten.
Lagere vakbekwaamheidseisen
“Een deel van de Europese regels vervangt regelingen op nationaal niveau. Aandachtspunt daarbij is dat het niveau van bescherming van de Nederlandse consumenten op het spel staat, doordat vereisten vervallen of beperkt worden en de handhaving van de consumentenbescherming minder effectief zal kunnen zijn. Een voorbeeld hiervan is het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie in het kader van de hypotheken richtlijn (Mortgage Credit Directive, MCD) waarbij de vakbekwaamheidseisen van adviseurs aanzienlijk lager lagen dan de Nederlandse eisen. Vorenstaande kan afbreuk doen aan de stappen die we recent op nationaal niveau hebben gezet om de sector om te vormen en misstanden te voorkomen. Voorbeelden in dit kader zijn: het productontwikkelingsproces, het provisieverbod, de vakbekwaamheidseisen en de mogelijkheid tot publicatie van boetes.
Deel dit bericht, kies uw platform!

Redactie Findinet















