AFM volgt flitskrediet, maar dat is niet genoeg

De AFM meldt dat de flitskredietmarkt de afgelopen 2 jaar behoorlijk is opgeschoond, maar zij is niet in staat alle uitwassen uit te bannen.

Er is nog een klein aantal aanbieders actief. Daarom heeft flitskrediet nog steeds de aandacht van de AFM, reageert de toezichthouder op depubliciteit rond Betaaldag en dergelijke flitskredietverstrekkers.

“Aanbieders van deze kortlopende kredieten hebben een vergunning nodig en mogen in dat geval geen tarieven in rekening brengen die hoger zijn dan het maximale wettelijk rentepercentage van 15%. Deze partijen richten zich voornamelijk op een kwetsbare groep consumenten”, aldus AFM.

De AFM heeft in 2011 en 2012 in totaal zeventien aanbieders van flitskrediet onderzocht. Veertien daarvan overtraden de wet. Deze zijn gestopt of hebben hun activiteiten aangepast. Zij brachten hoge kosten in rekening voor flitsleningen. Negen partijen hebben een waarschuwing van de AFM gekregen en in vier gevallen bekijkt de AFM nog welke maatregelen passend zijn. Een onderzoek uit 2012 loopt nog. In drie andere gevallen is geen overtreding vastgesteld. In 2013 zijn drie nieuwe onderzoeken gestart. Instellingen blijken creatief in het bedenken van nieuwe kredietvormen en kostenvergoedingen.

Niet de AFM schiet tekort, maar de wetgever

Sinds 25 mei 2011 is voor het verstrekken van kredieten met een looptijd van minder dan drie maanden een AFM-vergunning verplicht. Aanbieders moeten toetsen of ze de lening verantwoord kunnen verstrekken. Ook zullen aanbieders van flitskredieten zich moeten houden aan de maximale rentevergoeding die zij in rekening mogen brengen. Die is nu 15%. Alleen kredieten die korter dan drie maanden lopen en waarbij heel weinig kosten (ook wel: onbetekenende kosten) in rekening worden gebracht, vallen buiten de vergunningplicht.

Het gaat bij de kredietaanbieders allang niet meer om de hoogte van de rentevergoeding. Sterker: sommige berekenen helemaal geen rente. Zij vragen veel geld voor een borgstelling of voor advies en bemiddeling. Sommige constructies zijn bij wet verboden, maar andere vormen van geldklopperij zijn weer wel toegestaan.

De enige manier om een eind te maken aan de activiteiten van deze kredietaanbieders is een maximumbedrag te stellen aan de totale kosten die een consument moet betalen in relatie tot het te lenen geldbedrag. Welk label ook aan die kosten geplakt wordt. Op die manier kunnen de kredietaanbieders zich de moeite besparen steeds opnieuw een ander verdienmodel te verzinnen. Het ligt voor de hand een bepaling in de wet op te nemen dat de totale kosten in verband met het verstrekken van een flitskrediet hooguit 15% mogen bedragen, inclusief de in rekening te brengen rente.

GEEN REACTIES