Verzekeraars komen Code goed na, maar dat is niet voldoende

Door Gepubliceerd op: 23 januari 2013

Minister Dijsselbloem: рDe sector spant zich te weinig in om de Codes bij het publiek te laten leven en om de gerealiseerde vorderingen beter voor het voetlicht te brengen.с

In een Kamerbrief geeft de minister zijn visie op de rapportage van de Commissie Grapperhaus (zie ook: Monitoring Commissie positief over verzekeraars) en die van de Monitoring Commissie Banken.

Beide commissies komen in grote lijnen tot dezelfde conclusies:

De Naleving van de Codes is goed. De sector is intensief aan de slag is gegaan met de implementatie van de Codes en er duidelijke stappen zijn gezet. Zo passen zowel de banken als de verzekeraars de beloningsprincipes uit de Codes goed toe. Ook het onderwerp risicomanagement staat bij de banken en de verzekeraars hoog op de agenda van de raad van commissarissen en raad van bestuur.

In zijn Kamerbrief constateert Dijsselbloem:: “De sector heeft derhalve grote vooruitgang geboekt bij het implementeren van de Codes. Uit beide rapportages blijkt echter ook dat dit bij het publiek nog niet voldoende zichtbaar is geworden. Dit hangt samen met het feit dat de sector zich nog te weinig inspant om de Codes bij het publiek te laten leven en een dialoog met de samenleving aan te gaan om de gerealiseerde vorderingen op het gebied van cultuur en gedrag beter voor het voetlicht te brengen. Het naleven van de Codes door de sector is duidelijk niet voldoende om het vertrouwen in de samenleving te herstellen.

Ik moedig de sector dan ook aan om met elkaar in debat te blijven, het debat met de samenleving aan te gaan en de Codes nog veel meer een onderdeel van een wezenlijke cultuurverandering te laten zijn. Het herstel van vertrouwen is cruciaal gezien de centrale rol die het verzekeringswezen en de bankensector in de economie vervullen.”

Permanente educatie

Dijsselbloem vervolgt: “Opvallend is dat bij de verzekeraars de toepassing van het principe van permanente educatie lager is dan de andere principes. Dit is waarschijnlijk te verklaren doordat bij veel kleinere verzekeraars een programma voor permanente educatie nog in ontwikkeling is of ontbreekt. Daarnaast moest bij veel grote verzekeraars het programma in 2012 nog nader worden ingericht. (…)Ik benadruk dat het van belang is dat óók kleine verzekeraars en kleinere banken zich inzetten voor een programma voor permanente educatie.”

Positiever is de minister over het risicomanagement. “Bij bijna alle onderzochte banken zijn risicocommissies actief en is vooruitgang geboekt bij het verbeteren van hun risicomanagement. Dit geldt eveneens voor de verzekeraars; zij geven in hun jaarverslag veel informatie over de wijze waarop zij het risicomanagement georganiseerd hebben, zelfs meer dan de Governance Principes Verzekeraars voorschrijven.”

Continuering Codes en monitoring

“De rapportages van beide Commissies laten zien dat de Codes belangrijke instrumenten van zelfregulering zijn. Daarnaast hebben de Codes een belangrijke toegevoegde waarde boven wetgeving; zij doen een moreel appel op de verzekeraars en de banken. Ik sta dan ook positief tegenover continuering van de Codes en de monitoring hierop. Voorwaarde is wel dat de Codes inhoudelijk toegevoegde waarde blijven hebben. Inmiddels zijn de bepalingen uit de Codes grotendeels wettelijk verankerd en derhalve ben ik zeer verheugd dat de Commissies hebben aangegeven aanbevelingen te doen voor mogelijke aanpassingen van de principes uit de Codes. Naar verwachting ligt het accent hierbij op het gebied van cultuur- en gedragsnormen. Naar mijn mening zal een dergelijke aanpassing zeker kunnen bijdragen aan de gewenste cultuurverandering in de sector en het benodigde herstel van vertrouwen. Van belang daarbij is wel dat de banken en de verzekeraars de aangepaste Codes daadwerkelijk omarmen en de verantwoordelijkheid nemen om deze breed bij het publiek te laten leven.”

Deel dit bericht, kies uw platform!

Redactie Findinet

Redactie Findinet