Marco Folpmers analyseert CDA-pensioenrapport

Kanttekeningen bij “één van de beste en meest eigentijdse bijdrages aan de pensioendiscussie van de afgelopen jaren”
De lovende woorden komen van Marco Folpmers, onder meer bijzonder hoogleraar Financial risk management aan Tilburg University (TiasNimbas Business School) en Competence Cluster Leader Financial Risk Management bij Capgemini.
In een tweet noemt hij het rapport van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA “een overtuigend pleidooi voor collectief individueel DC”.
In zijn blog geeft hij een belangwekkende analyse van het CDA Pensioen Plan onder de kop: Preek, Paper en Pamflet.
“Het rapport stelt voor om af te stappen van het DB stelsel (2013: 91% van de deelnemers) en over te stappen op een stelsel dat het CDAWI aanduidt met het oxymoron ‘collectief individueel defined contribution’ (CIDC). Kort gezegd komt het erop neer dat er sprake is van individuele rekeningen, in combinatie met een collectieve uitvoering en deling van het langleven- en nabestaandenrisico.
Het belangrijke voordeel van dit systeem is de koppeling tussen premie en pensioenpbouw: you get what you pay for. Hiermee is de doorsneepremie afgeschaft die garant staat voor een exorbitante transfer van vermogen van jong naar oud zoals het CPB in oktober 2013 becijferde. Het CPB betitelde deze overdracht terecht als ‘onrechtvaardig’. Tevens toont het CPB aan dat het systeem inefficiënt is: het kost deelnemers gemiddeld 8% van het aanvullend pensioeninkomen. Ook is er het probleem van de ‘onvolledige carrières’: besluit iemand om na een vast dienstverband op zijn 45ste als ZZP’er verder te gaan, dan heeft deze persoon zo’n 35% pensioenpremie teveel betaald.
Het CDAWI rapport zou je dus als een opvolger kunnen zien van het CPB rapport omdat het voortborduurt op de probleemanalyse van het CPP en als oplossing het CIDC voorstelt.”
Naast lovende woorden heeft Folpmers ook wel iets aan te merken.
Paper en Preek in één
Aan de hand van een citaten laat Marco Folpmers zien dat het rapport verschillende stijlen hanteert. “In de eerste plaats de stijl van een wetenschappelijk paper qua opbouw en redeneertrant. Het heeft nette verwijzingen en 139 voetnoten. Tegelijkertijd is de redenering in het rapport ingegeven vanuit een christendemocratische overtuiging.”
Als voorbeeld van dit laatste haalt hij der volgende alinea aan:
“Vanuit christendemocratisch oogpunt willen we spaarzin stimuleren, en vanuit dat oogpunt zou het onwenselijk zijn als mensen eerst pensioengelden moeten aanwenden voordat zij in aanmerking komen voor eventuele inkomensondersteuning.”
Hier spreekt, zegt Folpmers, eerder de dominee dan de (economisch) wetenschapper. “Vanuit economische overwegingen is het namelijk helemaal niet goed om (onbeperkt) de spaarzin te stimuleren maar is er een optimale spaarquote. Meer sparen dan het optimum leidt tot nadelige welvaartseffecten aangezien het sparen teveel ten koste gaat van de bestedingen.
Bij het lezen van de geciteerde zin bekruipt mij echter met name de vraag: wie zijn ‘we’? Spreekt hier de wetenschapper of het CDA? En gelden de in het rapport gepresenteerde conclusies wel voor alle Nederlanders of alleen die Nederlanders die de christendemocratische levensovertuiging aanhangen? In die zin is het stuk eerder een preek dan een paper.”
Pamflet
“Het door het CDAWI gepresenteerde voorstel van collectief individueel defined contribution (CIDC) bevat ontegenzeggelijk grote voordelen die overtuigend voor het voetlicht worden gebracht. Het grote voordeel van vaste bijdrages op individuele rekeningen is natuurlijk dat er geen sprake meer is van rekenrentes met uitwassen als de UFR. Ook kan er geen sprake meer zijn van dekkingstekorten wat het systeem automatisch isoleert van macroeconomische schokken. Met de individuele rekeningen is ook de transfer van jong naar oud beëindigd (de opbouw is actuarieel neutraal).
(…)
Het systeem bevat een vaste premie en geen praktisch onmogelijk te waarderen onvoorwaardelijke langetermijn toezegging.
Het stelsel is collectief in de zin dat er sprake is van verplichtstelling, collectieve uitvoering en het delen van het langleven- en nabestaandenrisico.
Ondanks het feit dat er inderdaad veel te zeggen is voor het CIDC, zie ik ook nadelen van de voorgestelde aanpak. Die nadelen worden in het rapport van het CDAWI naar mijn mening onvoldoende naar voren gebracht. De tekst wil dan eerder overtuigen dan neutraal presenteren. En dat aspect maakt dat het stuk, naast een wetenschappelijk paper en een preek ook een pamflet is.
Een voorbeeld is de collectieve uitvoering door de sociale partners. Wat is er mis mee dat de deelnemers hun eigen uitvoerder kiezen? En dat deze tegen elkaar concurreren zodat in concurrentie het meest effectieve en efficiënte beheer ontstaat? (…)
In het voorstel van het CDAWI bestaan er wel uitvoeringsorganisaties maar die worden gekozen door de sociale partners. (p. 45) Ik betwijfel of dit wel het optimale model is en hier had de discussie met iets meer distantie gepresenteerd kunnen worden. En dus is het stuk ook een pamflet.”
Deel dit bericht, kies uw platform!

Redactie Findinet















