Einde hypotheekrenteaftrek: wat betekent dat?

© Pexels / Nataliya Vaitkevich
Het einde van de hypotheekrenteaftrek komt voor steeds meer huiseigenaren dichterbij. Hoewel hypotheekrenteaftrek voor veel mensen een vanzelfsprekend belastingvoordeel is geworden, geldt dit recht niet onbeperkt. Na maximaal 30 jaar kan de renteaftrek voor een leningdeel eindigen. Hierdoor kunnen uw netto maandlasten stijgen. Hoe dit precies zit, is uitgezocht door Advitas, een financiële dienstverlener die is gespecialiseerd in hypotheken, verzekeringen en pensioenadvies,
Bent u in de tussentijd verhuisd, heeft u uw hypotheek verhoogd of heeft u deze overgesloten?
Dan kunnen binnen uw hypotheek verschillende leningdelen bestaan, ieder met een eigen einddatum voor de hypotheekrenteaftrek. Zonder een goed overzicht is het lastig om vast te stellen tot wanneer de rente over ieder leningdeel nog aftrekbaar is. Ook kan het moeilijker zijn om uw recht op renteaftrek te onderbouwen wanneer de Belastingdienst daarom vraagt.
Hoe werkt de 30-jaarstermijn?
Sinds 1 januari 2001 geldt dat de rente over een eigenwoningschuld maximaal 30 jaar aftrekbaar is. De aftrektermijn begint in principe op het moment waarop de lening wordt afgesloten.
Had u vóór 1 januari 2001 al een hypotheek waarvoor u recht had op hypotheekrenteaftrek? Dan is de 30-jaarstermijn op 1 januari 2001 ingegaan. Voor het betreffende leningdeel eindigt het recht op hypotheekrenteaftrek daardoor uiterlijk op 31 december 2030. Vanaf 2031 is de rente over dat leningdeel niet meer aftrekbaar.
Heeft u uw hypotheek later verhoogd en het extra bedrag gebruikt voor de aankoop, verbetering of het onderhoud van uw eigen woning? Dan kan voor dat nieuwe leningdeel een afzonderlijke aftrektermijn van maximaal 30 jaar gelden. Voor leningdelen die vanaf 1 januari 2013 zijn afgesloten, geldt daarbij in beginsel dat de lening binnen 30 jaar ten minste annuïtair moet worden afgelost.
Hierdoor kunnen binnen één hypotheek verschillende leningdelen bestaan, ieder met een eigen ingangsdatum en einddatum voor de hypotheekrenteaftrek.
Wanneer zijn de gevolgen meestal beperkt?
Het einde van de hypotheekrenteaftrek hoeft niet altijd grote financiële gevolgen te hebben. Dat is vooral het geval wanneer het betreffende leningdeel uiterlijk aan het einde van de aftrektermijn volledig wordt afgelost.
Bij een annuïteiten- of lineaire hypotheek die vanaf de oorspronkelijke ingangsdatum in maximaal 30 jaar volledig wordt afgelost, is er na afloop van die periode geen resterende lening meer waarover u niet-aftrekbare rente betaalt.
Ook bij een (bank)spaarhypotheek kunnen de gevolgen beperkt zijn wanneer het opgebouwde vermogen op de einddatum voldoende is om het bijbehorende leningdeel volledig af te lossen.
Staat er op het moment dat de hypotheekrenteaftrek eindigt nog slechts een relatief klein hypotheekbedrag open? Dan blijft de stijging van de netto maandlasten doorgaans eveneens beperkt.
Wanneer is het verstandig om uw situatie te controleren?
Uw hypotheek kan in de loop der jaren meerdere keren zijn gewijzigd. Daardoor is niet altijd direct duidelijk wanneer het recht op hypotheekrenteaftrek voor ieder leningdeel eindigt.
Extra aandacht is verstandig wanneer u bijvoorbeeld:
• uw hypotheek heeft overgesloten;
• bent verhuisd en een nieuwe hypotheek heeft afgesloten;
• uw hypotheek heeft verhoogd, bijvoorbeeld voor een verbouwing;
• na een scheiding de hypotheek opnieuw heeft gefinancierd.
Ook de bijleenregeling kan van invloed zijn op uw recht op hypotheekrenteaftrek. Heeft u bij de verkoop van een eerdere woning overwaarde gerealiseerd en deze niet volledig gebruikt voor de aankoop van uw nieuwe woning? Dan kan het deel van de nieuwe lening dat overeenkomt met de niet-ingebrachte overwaarde niet als eigenwoningschuld worden aangemerkt. De rente over dat deel is dan niet aftrekbaar.
In deze situaties kunnen binnen uw hypotheek verschillende leningdelen bestaan, ieder met een eigen fiscale behandeling en een eigen einddatum voor de hypotheekrenteaftrek. Het is daarom belangrijk om goed vast te leggen welk deel van de lening als eigenwoningschuld kwalificeert en tot wanneer de rente daarover aftrekbaar is.
Aflossingsvrije hypotheek? Dan kan de impact groter zijn
Heeft u een aflossingsvrije hypotheek? Dan verdient het aflopen van de hypotheekrenteaftrek extra aandacht. Omdat u tijdens de looptijd niet aflost, kan er op het moment dat de renteaftrek eindigt nog een aanzienlijk hypotheekbedrag openstaan. Vanaf dat moment betaalt u de rente volledig uit uw netto-inkomen en kunnen uw netto maandlasten stijgen.
Ook het einde van de looptijd van de hypotheek is een belangrijk aandachtspunt. Wanneer de lening moet worden verlengd of opnieuw moet worden gefinancierd, kan de geldverstrekker opnieuw beoordelen of de hypotheek past bij uw inkomen en financiële situatie. Afhankelijk van de uitkomst kan het nodig zijn om een deel van de lening af te lossen of andere maatregelen te nemen.
De gevolgen kunnen extra groot zijn wanneer meerdere ontwikkelingen samenvallen, zoals een hogere hypotheekrente, het wegvallen van de hypotheekrenteaftrek en een lager inkomen na pensionering. Juist dan kan de betaalbaarheid van de hypotheek sterker onder druk komen te staan.
Ook uw leencapaciteit kan veranderen
Het aflopen van de hypotheekrenteaftrek heeft niet alleen gevolgen voor uw maandlasten, maar ook voor uw toekomstige financieringsmogelijkheden. Dat kan relevant zijn wanneer u wilt verhuizen, uw woning wilt verbouwen of een deel van de overwaarde wilt benutten.
Bij een nieuwe hypotheek beoordeelt de geldverstrekker onder meer uw inkomen, de hoogte en looptijd van de lening, de hypotheekrente en de fiscale behandeling van de hypotheek. Wanneer de rente over een deel van de lening niet meer aftrekbaar is, verlaagt dit uw maximale leencapaciteit.
Heeft u plannen om in de toekomst te verhuizen, uw woning aan te passen of overwaarde op te nemen? Dan is het verstandig om tijdig te laten onderzoeken welke invloed het aflopen van de hypotheekrenteaftrek op uw mogelijkheden heeft.
De bewijslast ligt bij u
Beschikt u nog over de documenten van uw oorspronkelijke hypotheek? En heeft u ook de stukken bewaard van latere verhogingen, verhuizingen, oversluitingen of andere wijzigingen? Deze documenten kunnen nodig zijn om te reconstrueren welk deel van uw hypotheek als eigenwoningschuld kwalificeert en tot wanneer de rente aftrekbaar is.
Veel huiseigenaren bewaren hun hypotheekgegevens niet tientallen jaren. Toch moet u een opgevoerde aftrekpost zelf kunnen onderbouwen wanneer de Belastingdienst daarom vraagt. Alleen de huidige hypotheekgegevens zijn daarbij niet altijd voldoende. Ook eerdere hypotheekakten, aflosnota’s, nota’s van verbouwingen en documenten over de verkoop en aankoop van woningen kunnen van belang zijn.
Kunt u onvoldoende aantonen dat een lening of leningdeel tot uw eigenwoningschuld behoort? Dan kan de Belastingdienst de hypotheekrenteaftrek voor dat deel corrigeren of weigeren.
Breng de gevolgen tijdig in kaart
Het aflopen van de hypotheekrenteaftrek staat vaak niet op zichzelf. Mogelijk daalt rond dezelfde periode uw inkomen door pensionering, loopt de rentevaste periode af of moet een aflossingsvrij leningdeel worden verlengd of afgelost. Ook toekomstige plannen, zoals verhuizen, verbouwen of het benutten van overwaarde, kunnen hierdoor worden beïnvloed.
Breng daarom met een adviseur in kaart wat deze ontwikkelingen voor uw financiële situatie betekenen. Kijk dan onder meer naar:
• de betaalbaarheid van uw huidige en toekomstige woonlasten;
• de gevolgen van het wegvallen van de hypotheekrenteaftrek
• de invloed van een mogelijke rentestijging;
• uw inkomen, bijvoorbeeld na pensionering;
• de resterende looptijd en aflossing van uw hypotheek;
• uw mogelijkheden om tijdig maatregelen te nemen.
Zo weet u ruim van tevoren waar u aan toe bent en voorkomt u dat u pas in actie komt wanneer uw mogelijkheden beperkter zijn geworden.
Bron: Advitas
Deel dit bericht, kies uw platform!

Wink Sabée














