Bovenberg breekt lans voor Teulings” generatie-pensioen-rekening

“Een flexibeler arbeidsmarkt, waarin werknemerschap en zelfstandig ondernemerschap steeds meer uitwisselbaar worden, vereist dat we afscheid nemen van de doorsneesystematiek.”
Het tijdschrift TPEdigitaal heeft een themanummer gepubliceerd gewijd aan het afscheid van CPB-directeur Coen Teulings.
Lans Bovenberg, hoogleraar Algemene Economie aan de Universiteit van Tilburg, levert daarin een bijdrage die ingaat op het verzoenen van indviduele eigendomsrechten en een risicovol pensioen. In het bijzonder geeft hij een reactie op het pleidooi van Teulings voor beter geborgde eigendomsrechten in aanvullende pensioenen. Teulings wil dat bereiken in de vorm van generatierekeningen, waarin elke generatie een eigen beleggingsrekening heeft. Ook is Teulings een verklaard voorstander van risicodragende pensioenen.
Bovenberg bespreekt in het kort de huidige pensioencontracten: “ Veilige nominale aanspraken met een hoge zekerheidsgraad konden in het verleden worden verzoend met risicovol beleggingsbeleid, omdat pensioenfondsen over voldoende risicodragend kapitaal beschikten om pensioendeelnemers te beschermen tegen beleggingsrisico’s. Fondsen hadden immers buffers. Bovendien hadden ze de mogelijkheid premies te verhogen als beleggingsopbrengsten onverhoopt tegenvielen. Beide vormen van risicodragend kapitaal zijn nu bij veel fondsen verdwenen.” Hierdoor zijn de eigendomsrechten van ouderen niet langer gewaarborgd.
Bovenberg: “Pensioenfondsen met onvoldoende risicodragend kapitaal zouden gedwongen moeten worden te kiezen: óf ze nemen risico terug in het beleggingsbeleid óf ze passen hun verplichtingen aan door in te varen in een expliciet voorwaardelijk pensioencontract waarin het verlagen van nominale uitkeringen niet langer het laatste redmiddel (het zogenaamde ultimum remedium) is.”
Hij legt uit waarom individuele eigendomsrechten in de zachte pensioencontracten, zoals voorgesteld in het pensioenakkoord, beter geborgd zijn. Maar voegt hij daaraan toe: “Het pensioenakkoord is een stap op weg naar verdergaande pensioenhervormingen.”
Om vervolgens in te gaan op de generatierekening-suggestie die Teulings en De Vries in 2006 deden:
“In Teulings en De Vries (2006) spoort de marktwaarde die elke generatie opbouwt met de premies die elke generatie inlegt. Dit elimineert de huidige doorsneesystematiek in de pensioenopbouw. Een flexibeler arbeidsmarkt, waarin werknemerschap en zelfstandig ondernemerschap steeds meer uitwisselbaar worden, vereist dat we afscheid nemen van deze doorsneesystematiek. Zo worden pensioenrechten beter overdraagbaar tussen de tweede en de derde pijler en zijn eigendomsrechten beter geborgd. Met actuarieel neutrale premies kunnen pensioenen en voorzorgbesparingen verder worden geïntegreerd door premiebetalingen individueel af te stemmen op de arbeidsmarkt- en woningmarktgeschiedenis van deelnemers (zie Teulings 2010).”
Bovenberg trekt aan het eind van zijn bijdrage onder meer de volgende conclusie:
“Het borgen van eigendomsrechten in zachte pensioencontracten vereist een marktwaardeslot bij het veranderen van het pensioencontract, of bij het discretionair aanpassen van de discontocurve. Individuele eigendomsrechten zijn dan niet langer gebaseerd op een toekomstige nominale annuïteit, maar op de huidige marktwaarde van de in het vooruitzicht gestelde pensioenuitkeringen. Dit komt dicht in de beurt van de door Teulings bepleite generatierekeningen. Verdergaande hervormingen zijn echter gewenst om eigendomsrechten op risicovolle pensioenen nog beter te borgen en het aanvullende pensioenstelsel dichter te brengen bij het door Teulings geschetste toekomstbeeld.”
Deel dit bericht, kies uw platform!

Redactie Findinet















