Mark Veenstra: ‘Voorschotten als rookgordijn’

Door Gepubliceerd op: 24 december 2025

In de letselschadepraktijk duikt hij met hardnekkige regelmaat op: de stelling van verzekeraars dat de dubbele redelijkheidstoets pas aan het einde van de schaderegeling kan worden toegepast. Tot die tijd? Hooguit een voorschot. Een bedrag zonder relatie tot de verrichte werkzaamheden, zonder inhoudelijke beoordeling van de declaraties en — opmerkelijker nog — zonder concreet bezwaar tegen de nota’s zelf.

Dubbele redelijkheidstoets

Wie het juridisch kader erbij pakt, weet dat deze redenering wankel is. Artikel 6:96 BW laat weinig ruimte voor interpretatie: redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte komen voor vergoeding in aanmerking. De rechtspraak heeft dat al jaren uitgewerkt in de bekende dubbele redelijkheidstoets. Niet abstract, niet beleidsmatig, maar concreet: was het redelijk om deze werkzaamheden te verrichten, en is de omvang van de kosten redelijk? Die toets kan alleen worden uitgevoerd door te kijken naar wat er daadwerkelijk is gedaan. Naar de aard van de werkzaamheden, de tijdsbesteding, het uurtarief en de complexiteit van de zaak. Precies daarom beoordelen rechters buitengerechtelijke kosten per declaratie, of in ieder geval per gespecificeerde set werkzaamheden. Niet op basis van een generiek beleid en al helemaal niet op basis van een standaard voorschotplafond.

Voorschotten

Toch lijkt een deel van de verzekeringspraktijk een andere koers te varen. Onder het mom van “cashflow” of “praktische afwikkeling” wordt structureel volstaan met voorschotten, terwijl inhoudelijke beoordeling van tussentijdse nota’s achterwege blijft. Niet omdat de kosten onredelijk zouden zijn — dat wordt zelden onderbouwd — maar omdat men zich beroept op het idee dat echte toetsing pas bij de eindregeling hoort. Dat idee vindt geen steun in de jurisprudentie. Er is geen arrest te vinden waarin een rechter expliciet goedkeurt dat een verzekeraar zich gedurende de looptijd van een dossier volledig mag onthouden van inhoudelijke beoordeling van buitengerechtelijke kosten. Integendeel: zodra het tot een procedure komt, volgt onvermijdelijk alsnog een toets per declaratie. Het voorschot blijkt dan wat het feitelijk is: uitstel van betaling, geen juridische vrijbrief.

Beleid boven inhoud

Het kwalijke is niet alleen dat deze lijn juridisch ondeugdelijk is, maar ook dat zij hardnekkig blijft terugkeren. Keer op keer wordt geprobeerd onder vaste rechtspraak uit te kruipen door beleid boven inhoud te plaatsen. Dat is schadelijk, niet alleen voor de belangenbehartiger die zijn werkzaamheden moet blijven voorfinancieren, maar uiteindelijk ook voor het vertrouwen in de schadeafwikkeling als geheel. Verzekeraars benadrukken graag hun maatschappelijke rol, hun professionaliteit en hun inzet voor een zorgvuldige schaderegeling. Dan past het niet om structureel te doen alsof de dubbele redelijkheidstoets een sluitpost is, in plaats van een doorlopend juridisch kader. Voorschotten zijn prima. Maar ze zijn geen substituut voor inhoudelijke beoordeling en zeker geen excuus om redelijke kosten feitelijk onbetaald te laten.

Serieuze rechtspraak

Wie rechtspraak serieus neemt, kan niet blijven doen alsof zij pas geldt aan het eind van het dossier. En wie dat toch blijft proberen, ondergraaft niet alleen het juridisch fundament, maar ook het imago van een sector die juist gebaat is bij transparantie en fair play.

Mark Veenstra
Mark Veenstra is Register Expert Personenschade en oprichter van Hulp na Ongeval. Sinds 1992 is hij specialist in letselschade, met focus op herstelgerichte schaderegeling, juridische ondersteuning en praktische hulp voor slachtoffers en nabestaanden na een ongeval. Hij is aangesloten bij NIVRE en NIS en lid van de brancheorganisatie NLE (Nederlandse Letselschade Experts).

Deel dit bericht, kies uw platform!

Rene Graafsma

Rene Graafsma