Mark Veenstra: ‘Betere bescherming voor letselschadeslachtoffers’

Mark Veenstra
In een tijd waarin letselschadeslachtoffers vaak al kwetsbaar zijn door fysiek en emotioneel leed, is het essentieel dat ze kunnen rekenen op deskundige en integere bijstand. Het recente pamflet van De Letselschade Raad, ondertekend door een breed scala aan organisaties zoals de ANWB, Slachtofferhulp Nederland en het Verbond van Verzekeraars, slaat precies de spijker op zijn kop. Het document pleit voor een wetswijziging in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW), dat de vergoeding van buitengerechtelijke kosten regelt.
Huidige problemen in de letselschadebranche
Momenteel kan iedereen zich belangenbehartiger noemen, zonder enige kwaliteitsgarantie. Dit leidt tot kwalijke praktijken waarbij ondeskundige ‘hulpverleners’ meer oog hebben voor hun eigen verdienmodel dan voor het slachtoffer. Het pamflet stelt voor om deskundigheidsnormen toe te voegen aan dit artikel: alleen belangenbehartigers die aangesloten zijn bij het Nationaal Keurmerk Letselschade (NKL), of lid zijn van verenigingen als de LSA of ASP, zouden in aanmerking komen voor vergoeding. Dit bouwt voort op de bestaande ‘dubbele redelijkheidstoets’ – waarbij zowel de inschakeling als de kosten redelijk moeten zijn – en koppelt vergoeding expliciet aan bewezen vakbekwaamheid. Een slimme, proportionele ingreep die geen nieuwe bureaucratie vereist, maar wel slachtoffers beschermt tegen cowboys in de branche.
Relevante achtergrond
Het pamflet verwijst terecht naar eerdere Kamerdebatten en moties, zoals die van Vondeling en Mutluer, en het WODC-onderzoek uit 2022, en de nadien in 2024 uitgebrachte WODC rapportage over de kwaliteit van belangenbehartiging bij letselschade, dat weliswaar regulering afraadt maar nuttige aanbevelingen doet. Hoog tijd dat de overheid hierop reageert en actie onderneemt. Deze oproep komt op een cruciaal moment, nu per 1 juli 2025 de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) wettelijk wordt verankerd. De GBL, een set richtlijnen voor een fatsoenlijke en transparante afhandeling van letselschadeclaims, krijgt daarmee bindende kracht. Dit betekent dat verzekeraars en belangenbehartigers zich moeten houden aan normen zoals tijdige communicatie, adequate informatieverstrekking en een focus op herstel van het slachtoffer.
Het is een stap vooruit, maar waarom stoppen we daar?
In het verlengde van de voorgestelde wijziging in artikel 6:96 BW zou het logisch zijn om direct door te pakken en de GBL-consequenties te verscherpen; doortrekken naar aansprakelijkheid bij schending. Stel je voor: als een verzekeraar de GBL schendt – denk aan traagheid, onvoldoende deskundigheid of een puur statistiek gedreven aanpak – dan is dat handelen in strijd met wat volgens het maatschappelijk verkeer betaamt, zoals omschreven in artikel 6:162 BW. Dit maakt de verzekeraar aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade. En laten we eerlijk zijn: de frustraties die dit veroorzaakt bij slachtoffers zijn immens. Ze verdienen niet alleen compensatie voor de directe immateriële schade van het letsel, maar ook smartengeld voor het extra leed van een “foute schaderegeling”. Er is al jurisprudentie over het door de verzekeraar moeten betalen van smartengeld aan het slachtoffer in de situatie dat die verzekeraar onnodig vertragend handelde en onjuiste standpunten innam. Geheel nieuw is “straffen” dus niet.
Smartengeld voor een slechte schaderegeling
We kennen al het systeem van de vaste vergoedingen bij affectieschade voor nabestaanden en richtlijnen met normbedragen. Bij een vaste vergoeding voor een slechte schaderegeling denk ik aan een vast bedrag van € 2.500,- . Een vast bedrag creëert een duidelijk, voorspelbaar mechanisme dat verzekeraars en rechtshulpverleners dwingt om goed opgeleide schadebehandelaars in te zetten en management te richten op inhoud in plaats van uren schrijven en spreadsheets maken. Het zou een goed fundament leggen voor een evenwichtige schaderegeling, waarbij niet alleen rechtshulpverleners aan hoge eisen voldoen, maar ook de tegenpartij – de verzekeraars – gedwongen wordt om serieus werk te maken van kwaliteit en empathie. Kortom, het pamflet van De Letselschade Raad is een krachtig signaal dat ik van harte steun. Laten we deze kans grijpen om ons wetboek te moderniseren en slachtoffers écht te beschermen.
Mark Veenstra
Mark Veenstra is Register Expert Personenschade en oprichter van Hulp na Ongeval. Sinds 1992 is hij specialist in letselschade, met focus op herstelgerichte schaderegeling, juridische ondersteuning en praktische hulp voor slachtoffers en nabestaanden na een ongeval. Hij is aangesloten bij NIVRE en NIS en lid van de brancheorganisatie NLE (Nederlandse Letselschade Experts).
Deel dit bericht, kies uw platform!

Rene Graafsma















