Recreatiewoningen: regionale verschillen nemen toe

© Pexels / Christina & Peter
De markt voor recreatiewoningen in Nederland laat in 2025 een gemengd beeld zien. Het aantal transacties stijgt licht, prijzen stabiliseren en het aanbod groeit naar een niveau dat de markt in evenwicht brengt. Tegelijkertijd zorgen fiscale wijzigingen en onzekerheid over regelgeving voor terughoudendheid bij kopers en verkopers. Regionaal lopen de ontwikkelingen daarbij steeds verder uiteen. Dat blijkt uit onderzoek belangenbehartiger van makelaars NVM en datadochter brainbay.
Gemiddelde verkoopprijs recreatiewoningen stabiel
De onderzoekers lichten toen dat in 2025 4.273 recreatiewoningen zijn verkocht, een stijging van 2,9 procent ten opzichte van een jaar eerder. De gemiddelde verkoopprijs bleef vrijwel stabiel op circa € 247.000. Over een periode van vijf jaar zijn recreatiewoningen gemiddeld echter wel circa 40 procent duurder geworden.
Meer aanbod, minder overbiedingen
Tegelijkertijd nam het aanbod in 2025 fors toe: er werden meer dan 2.700 recreatiewoningen te koop gezet via een NVM-makelaar, zo vervolgen de onderzoekers. Dat is het hoogste aantal in vijftien jaar tijd. Kopers hebben hierdoor meer keuze en betalen gemiddeld 3,4 procent onder de vraagprijs. Het bieden boven de vraagprijs is bij recreatiewoningen minder gebruikelijk. Slechts bij 15 procent van de aankopen werd overboden. Daarbij werden deze recreatiewoningen gemiddeld in 84 dagen verkocht; een stuk langer dan de gemiddeld 32 dagen bij bestaande koopwoningen.
Box 3, hogere btw op verhuur en stijgende lasten
Voorts berichten de onderzoekers dat de markt voor recreatiewoningen sterk wordt beïnvloed door wijzigingen in box 3, hogere btw op verhuur en stijgende lasten. Vooral beleggers haken vaker af, terwijl particuliere kopers kritischer worden. De vraag verschuift zichtbaar van beleggers naar particulieren kopers die de woning zelf (deels) willen gebruiken.
Financieren met eigen vermogen, zonder hypotheek
Veel particuliere kopers financieren de aankoop met eigen vermogen, aldus de onderzoekers. Driekwart van deze kopers heeft geen hypotheek nodig.
Permanente bewoning is vraagstuk
De onderzoekers zijn verder van mening dat de discussie over permanente bewoning van recreatiewoningen een rol speelt en vooral zorgt voor onzekerheid en een afwachtende houding in de markt. Volgens de onderzoekers vraagt het vraagstuk rond permanente bewoning daarom nadrukkelijk om maatwerk van betrokken lokale overheden.
Grote regionale verschillen op markt van recreatiewoningen
Tot slot laten de onderzoekers weten dat er grote regionale contrasten zijn. De recreatiewoningmarkt zouden zich zelfs steeds meer ontwikkelen als een verzameling van regionale deelmarkten.
Drenthe en Twente/Salland: sterke groeiers
Drenthe kende met 435 verkopen de grootste stijging in transacties (+109 woningen), terwijl in Twente/Salland het aantal verkopen met 24 procent toenam. Ook wordt daar opvallend vaak boven de vraagprijs geboden.
Zeeland: duidelijke afkoeling
Zeeland laat een tegengesteld beeld zien. Het aanbod stijgt sterk (+28 procent), terwijl het aantal transacties daalt en prijzen met 9 procent teruglopen.
Waddeneilanden: duurder dan ooit
De Waddeneilanden blijven de duurste regio, met een gemiddelde verkoopprijs van € 519.000 (+11 procent). Schaarste en blijvende populariteit houden de prijzen hoog.
Limburg: meeste waar voor je geld
In Limburg krijgen kopers de meeste vierkante meters voor hun geld. De m²-prijs ligt hier gemiddeld op 2.616 euro en is daarmee het laagst van Nederland.
Friese en Overijsselse meren: sterkste prijsstijging
In deze regio stegen de prijzen het hardst (+13 procent), waarmee het een van de opvallendste groeiregio’s is sinds de coronaperiode.
Noord-Brabant: krapste markt
Ondanks meer aanbod blijft Brabant de krapste regio, met de meeste druk op beschikbare woningen.
Bron: NVM
Deel dit bericht, kies uw platform!

Wink Sabée















