Schikking DSB Bank geldt ook voor consument die brief niet heeft ontvangen

Schikking DSB Bank uit 2013 geldt ook voor consument die brief niet heeft ontvangen
© Succo, Pixabay

Een consument die vindt dat hij te veel rente heeft betaald op een doorlopend krediet bij DSB Bank heeft pech: door algemeen verbindendverklaring van een schikking voor deze failliete bank kan hij geen aanspraak meer maken op vergoeding.

De consument heeft in 2007 een doorlopend krediet met variabele rente afgesloten bij DSB Bank. Nadat de bank failliet is verklaard, is de vordering van DSB Bank tot terugbetaling van dit krediet overgedragen aan Intrum. Maar de consument vindt dat hij te veel rente betaald heeft op dit doorlopend krediet; Intrum zou die alsnog moeten vergoeden.

Finale kwijting

Intrum is het hiermee oneens en verwijst naar de finale kwijting in de schikkingsovereenkomst voor DSB uit 2013. Die zou ook voor deze consument gelden. Maar de consument stelt dat hij niet aan deze schikkingsovereenkomst is gebonden, omdat hij er nooit een bericht over heeft ontvangen.

Partijen wenden zich tot het Kifid. De geschilleninstantie heeft de afgelopen jaren een duidelijke koers gevaren als het gaat om variabele rente op doorlopend krediet: deze rente moet in de pas lopen met de marktrente. Maar bij DSB Bank, die in 2009 failliet ging, speelt er meer mee.

Voor DSB Bank is in 2013 een schikkingsovereenkomst gesloten, waarbij aan klanten compensatie is toegekend. In deze overeenkomst is verder opgenomen dat bank en klanten elkaar over en weer finale kwijting verlenen. Dit betekent dat partijen geen aanspraak kunnen maken op enige vergoeding bij (toekomstige) schade. Deze kwijting geldt ook voor mogelijk te veel betaalde rente op een doorlopend krediet.

Algemeen verbindend

De rechter heeft deze schikkingsovereenkomst in november 2014 algemeen verbindend verklaard. Dat heeft gevolgen voor de consument in deze zaak, oordeelt de Commissie van Beroep van het Kifid: hij kan geen aanspraak maken op vergoeding van mogelijk te veel betaalde rente.

Anders dan de Geschillencommissie concludeerde in een tussenuitspraak, oordeelt de Commissie van Beroep dat voor de werking van de algemeen verbindendverklaring een brief en het ontvangen daarvan geen voorwaarde zijn. De Commissie van Beroep komt tot dit oordeel door uitleg van de wettelijke regeling over het algemeen verbindend verklaren van collectieve schikkingen.

Geen grond voor claim

De Commissie van Beroep wijst er verder op dat de DSB-schikkingsovereenkomst bedoeld is te gelden voor alle klachten, aanspraken en vorderingen van welke aard dan ook, bestaand en toekomstig, die te maken hebben met het handelen of nalaten van DSB Bank. De klacht van deze consument valt hier ook onder, ongeacht of deze anders is dan de aanspraken die klanten van DSB Bank destijds hebben doen gelden.

Daarnaast merkt de Commissie van Beroep op dat in getroffen regeling rekening is gehouden met nadeel door hoge en verhoogde rentes.

Rente na verbindendverklaring

Ook nog na de verbindendverklaring is aan de consument variabele rente op het doorlopend krediet in rekening gebracht. De Commissie van Beroep concludeert dat het niet aannemelijk is gemaakt dat er toen nog te veel rente in rekening is gebracht. De rente die Intrum rekende, lag gedurende een periode op 7,1% per jaar, maar ook lager; in 2019 is de rente teruggebracht naar ongeveer 2% per jaar.

De uitspraak van de Commissie van Beroep (CvB 2024-0039) is bindend en komt in de plaats van de eerder gedane tussenuitspraak van de Geschillencommissie (GC 2023-0694A).

Bron: Kifid

GEEN REACTIES