LTI-norm wordt elk jaar opnieuw vastgesteld

In de toekomst zal de leencapaciteit in verhouding tot het inkomen jaarlijks worden vastgesteld middels een ministeriƫle regeling.

DNB heeft het ministerie van Financiën gevraagd om de doelstelling van de LTV- en LTI-limieten (de hoogte van de lening in verhouding tot de waarde van de woning en van het inkomen) niet alleen te koppelen aan de consumentenbescherming. De toezichthouder wil dat bij het bepalen van deze limieten ook gekeken wordt naar de stabiliteit van het financiële stelsel.

“Een terecht signaal”, aldus De Jager in zijn wetgevingsbrief aan de Tweede Kamer.

“Thans is er sprake van een open norm in de Wft (artikel 4:34). Aan deze norm geeft de sector zelf invulling door middel van de Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF). De AFM houdt toezicht op de naleving van deze open norm. In de GHF is vastgelegd dat de maximale LTV 104% van de waarde van de woning bedraagt waar van toepassing vermeerderd met op grond van de Wet op belastingen van rechtsverkeer verschuldigde overdrachtsbelasting.  In het Lenteakkoord is besloten dat de LTV de komende jaren geleidelijk wordt afgebouwd naar 100% van de waarde van de woning.

Hiertoe wordt het Bgfo aangepast en een ministeriële regeling opgesteld. Zoals ook gecommuniceerd in de reactie op de motie Kuiper is deze verlaging mede ingegeven door de samenhang van de hoogte van LTV ratio’s en risico’s voor de financiële stabiliteit. Tevens zal in de toekomst de leencapaciteit in verhouding tot het inkomen jaarlijks worden vastgesteld middels een ministeriële regeling. De normen berusten op een jaarlijks advies van het Nibud. Bij het opstellen van dit advies worden de AFM en DNB geconsulteerd.

GEEN REACTIES