Fred de Jong: Geef marktwerking de ruimte

De AFM zou de krachtenbundeling van intermediairs namens de consument moeten toejuichen.

In theorie is de consument beter af bij een zelfstandig en onafhankelijk financieel adviseur dan bij een verkoopadviseur van de bank of verzekeraar. Immers, de onafhankelijke adviseur is beter in staat om de beste match te maken met de consument. De adviezen van banken en verzekeraars moeten weliswaar van de wetgever ook passend zijn, maar de keuze blijft beperkt voor de consument. De bank of verzekeraars adviseert alleen zijn eigen producten. In de praktijk blijkt, uit verschillende onderzoeken, dat niet bewezen kan worden dat onafhankelijk advies daadwerkelijk beter advies is. Daarom is 2013 een fantastische kans voor deze adviseurs om het theoretische voordeel om te zetten in structureel betere adviezen voor de consument. En beter is niet alleen de laagste premie, maar gaat vooral ook over de kwaliteit van het product, betrouwbaarheid van de fabrikant en gemak van een integraal advies. Als dat lukt, ben ik ervan overtuigd dat de consument daar ook ruimhartig voor wil betalen. Maar dan zal de sector dit wel eerst moeten bewijzen.

Om je als onafhankelijk, zelfstandig financieel adviseur in het deels provisieloze tijdperk te kunnen bewijzen, is het van groot belang dat de wetgever, politiek en toezichthouder hen daartoe ook in staat stelt. De gewenste marktwerking als gevolg van het provisieverbod heeft tijd nodig. Gun de markt die tijd en ik weet zeker dat de onafhankelijk adviseur op een gegeven moment zelf zal pleiten voor afschaffing van provisie bij schadeverzekeringen. Maar vooral, laat het intermediair echt krachtiger worden om een vuist te kunnen maken tegen de banken en verzekeraars die de markt domineren. De grote banken en verzekeraars hebben een zekere marktmacht op het gebied van financiële dienstverlening. Met de transformatie naar een meer zuiver marktmodel wordt de onafhankelijk adviseur gepositioneerd als belangenbehartiger van de klant. Via deze adviseurs wordt de consument ’empowered’. In dat kader zie je nu ook concrete krachtenbundeling ontstaan bij het intermediair. Via volmachten, serviceproviders en samenwerkingsverbanden gaat een deel van het intermediair de strijd aan met de machtige banken en verzekeraars.

Maar juist de toezichthouder, die deze krachtenbundeling namens de consument zou moeten toejuichen, creëert drempels die deze ontwikkeling bemoeilijkt. Volmachten mogen niet of nauwelijks op basis van kwaliteit of rendement beloond worden, het verkrijgen van inkoopkortingen moet voor elk intermediair in principe toegankelijk zijn en de beloning van de adviseur, weliswaar overeengekomen met de consument, mag niet kennelijk onredelijk zijn. Juist door het intermediair meer de ruimte te geven om hun ondernemerschap richting de aanbieders te gelde te maken, wordt de consument gediend. Want je moet juist de intermediaire krachtenbundeling zien als een tegenwicht tegen banken en verzekeraars. Vanuit de marktwerkingsgedachte hoort daar het kunnen onderhandelen over prijzen bij. De toezichthouder zou deze ontwikkeling zeker in 2013 ruim baan moeten geven om daarna vast te kunnen stellen dat dit uiteindelijk ten goede komt aan de consument. Dus in plaats van bang te zijn voor nieuwe financiële banden tussen aanbieders en adviseurs, zou de toezichthouder moeten uitstralen dat men het wenselijk acht dat de intermediairs, namens de consument, meer hun distributiekracht gebruiken om de concurrentie onderling en met de banken en verzekeraars scherper vorm te geven.

Ik wens het intermediair voor 2013 de ruimte om hun ondernemerschap ten volle te kunnen benutten en ik wens u privé een heel gelukkig en gezond nieuwjaar toe.

Dr. Fred de Jong

(Zie het volledige artikel op: http://freddejong.blogspot.nl/)

GEEN REACTIES