Naam Aegon verdwijnt na twee eeuwen uit Nederland

Aegon heeft last van economische tegenwind

De combinatie van Aegon en A.S.R. wordt straks in één klap de grootste verzekeraar van Nederland na Nationale Nederlanden. Er wordt al gesproken van het sluitstuk van de consolidatie binnen de verzekeringsbranche. Het zal wennen zijn als het bedrijf, afgezien van het hoofdkantoor en de vermogensbeheertak, straks uit Nederland verdwijnt. Het bedrijf en zijn voorgangers zijn hier eeuwenlang actief geweest.

De geschiedenis van het bedrijf kan worden gezien als een lange reeks van fusies en overnames. De naam ontstond in 1983 bij de fusie van AGO en het beursgenoteerde ENNIA. Ook toen werd het fusiebedrijf de een na grootste verzekeraar van het land. Doel van de fusie was hogere omzetten realiseren, kosten terugdringen, een betere positie op de kapitaalmarkt bereiken en internationaal groeien.

De naam ‘AEGON’ is een acroniem van de vijf belangrijkste rechtsvoorgangers – levensverzekeraars – die in AGO of Ennia zijn opgegaan: de Algemeene Friesche, de Eerste Nederlandsche, de Groot-Noordhollandsche van 1845, Olveh en Nillmij. De Algemeene Friesche, de Groot-Noordhollandsche en de Olveh hadden in 1968 AGO gevormd. De Nillmij en de Eerste Nederlandsche waren in 1969 gefuseerd tot ENNIA.

Begrafenisfonds

Aegon noemt zelf als oudste rechtsvoorganger het begrafenisfonds Memento Mori uit 1844. Wikipedia komt met een nog oudere: De Broederlijke Liefdesbeurs, opgericht in 1759 in Haarlem als eerste Nederlandse coöperatieve uitvaartverzekeraar. In 1952 werd deze opgeslokt door de eerdergenoemde Groot-Noordhollandsche. Door de eeuwen heen werden tientallen begrafenis- en weduwenfondsen, levensverzekeraars, schadeverzekeraars en andere instellingen bij het bedrijf gevoegd.

Transamerica

Onder leiding van topman Kees Storm deed Aegon grote overnames, o.a. in de Verenigde Staten, Azië en in Midden- en Oost-Europa. De overname van de Amerikaanse verzekeraar Transamerica voor 21 miljard gulden (8,6 miljard euro) in 1999 was een bijzonderheid.

Door koerswijzigingen werden ook veel onderdelen verkocht: de zakelijke schadeportefeuille ging in 2016 naar Allianz Benelux. Unirobe Meeùs groep, met onder meer de merken Meeùs, Kröller en IAK, werd in 2017 verkocht aan Aon Nederland. In november 2020 werden ook de activiteiten in Hongarije, Polen, Roemenië en Turkije afgestoten. De in 2020 aangetreden topman Lard Friese wil alleen actief zijn in landen en activiteiten waarmee het bedrijf voldoende rendement kan maken.

Aandelenlease

Aegon was verwikkeld in een aantal onverkwikkelijke zaken. Zoals de beruchte aandelenlease, o.a. via Aegon Financiële Diensten en dochter Spaarbeleg werden aandelenleaseproducten verkocht onder namen als Vliegwiel-lease en SprintPlan. Dochterbank Labouchere, eigenaar van Legio Lease, verkocht o.a. de Winstverdriedubbelaar, maar werd door Aegon op tijd (in 2000) weer verkocht. Daarnaast had Aegon een stevige rol in de woekerpolisaffaire met het spaarkasproduct Koersplan van dochter Spaarbeleg. Het heeft jaren geduurd tot alle rechtszaken met gedupeerde consumenten waren afgerond.

Solvabiliteit

Rond 2017 kelderde de solvabiliteit tijdelijk en kwam zelfs in de buurt van een kritische ondergrens. Het concern bracht de Nederlandse activiteiten direct onder het bestuur van de holding. Het Nederlandse bedrijf wist met een aantal ingrepen de problemen echter redelijk snel op te lossen. De levenportefeuille werd voor een deel herverzekerd bij Canada Life. De verkoop van individuele levenspolissen, waaronder ORV’s, werd gestaakt. En de dure pensioenregeling voor de medewerkers werd omgezet naar een soberder beschikbare premieregeling.

Inmiddels is Aegon Nederland uitstekend gekapitaliseerd. De Solvency II-ratio voor de levenactiviteiten eindigde tweede kwartaal 2022 op 200%, voor Schade en Inkomen op 248%. Op de balans staat een kleine 32 miljard euro gereserveerd voor risico van Aegon en een ruim 21 miljard euro voor rekening van polishouders.

GEEN REACTIES