Harry Siereveld: 2013 op natuursteen

Ń€Wat nou geadviseerd, verkocht jochie! En verkopen deed ik al voordat jij uit de luiers was.”

Ik sta voor een etalage en kijk naar binnen. Dit is het kantoorpand van een goede kennis van me. Joop van Waren Verzekeringen staat er op het marmer. De gevel is grotendeels van natuursteen, want Joop vindt dat zijn winkelgevel stijl en klasse moet uitstralen. Dus het marmer straalt je tegemoet.

Joop heeft zijn zaak in meer dan 20 jaar opgebouwd. Net als vele collega tussenpersonen is hij ooit begonnen bij een verzekeraar en heeft op een gegeven moment gedacht: dat kan ik ook voor mezelf doen. Hij nam ontslag en kreeg een portefeuille mee en was ‘in business’. Joop ging altijd voor de totaalklant. “Het gaat om polisdichtheid, Harry” zei hij me iedere keer als ik hem sprak, “ze moeten alles bij mij onderbrengen óf niets, pas dan houdt je ze vast”. En jaren lang leek het erop dat Joop gelijk had. Joop verkocht verzekeringen en hij was daar trots op: “verkopen is een vak, jongen”.

Joop was niet van zo van de adviessoftware, wél van de administratiesoftware. Door de jaren heen heeft hij al diverse pakketten in gebruik gehad. De polisadministratie was voor hem een soort van heilige graal. Prolongaties verwerken en schades afhandelen namen het grootste gedeelte van zijn personeelskosten in beslag. Op kantoor had Joop vijf man zitten, zelf was hij meestal op pad. De schadeportefeuille zorgde voor dekking van zijn personeelskosten, de levenproductie zorgde voor zijn eigen inkomen en de bekostiging van het natuurstenen pand. En levenproducten verkopen ging Joop goed af: uitvaartje hier, ORV-aanvraag daar, één hypotheekje (met randproducten) per week en dat bracht al gauw een tonnetje of drie per jaar op. En zonder die nieuwerwetse software, Joop kon dat soort dingen gewoon op ervaring verkopen. En logisch ook: als Joop tegen een klant zei dat dit product écht nodig was, dan was dat zo. Geen discussie mogelijk. Je vroeg toch aan je tandarts ook niet of die wortelkanaalbehandeling écht nodig was? Nou dan.

De laatste paar jaren zag ik Joop steeds minder, het leek haast of hij mij ontweek: “Druk, druk druk, jongen”. Ik hoorde van een werknemer van hem dat hij een bezoekje had gehad van de AFM en dat ze ‘not amused’ waren over de dossierkwaliteit van Joop zijn winkeltje. Natuurlijk was de polisadministratie perfect op orde, maar “daar keken die hufters niet naar”. Nee, het ging opeens over wat hij écht van zijn klanten wist en waarom hij in vredesnaam die specifieke polis had geadviseerd. “Wat nou geadviseerd” had Joop geschreeuwd “verkocht jochie! En verkopen deed ik al voordat jij uit de luiers was. Die klant was er toch zelf bij, dus wat zeur je nou?”. Ik begrijp dat de boete Joop uiteindelijk de kop heeft gekost.

Het ging de laatste jaren al wat minder. Klanten (en dat waren meestal de kinderen van zijn oude klanten) gingen lastige vragen stellen, hij moest opeens aan die snotneuzen vertellen wat hij aan ze verdiende en dan nog hadden ze het lef om een ‘second opinion’ bij een collega te halen. Zijn schadeportefeuille was ondertussen steeds kleiner geworden. Klanten gingen shoppen en Joop was blijkbaar niet de goedkoopste. Zijn personeel had hem nooit wat verteld over de royementen, die keken daar trouwens niet eens naar, zij moesten tenslotte alleen administreren.

Zo kwam het moment dat Joop besloot dat hij ging verhuizen naar een veel kleinere locatie. Vandaag sta ik voor zijn voormalig kantoorpand met veel marmer. Ik kijk door de ramen naar binnen en zie een lege ruimte. Er liggen wat snoeren op de grond, hier en daar ligt een ordner en er staat een verdwaalde bureaustoel in de verder lege ruimte.

Morgen ga ik een bloemetje brengen bij Joop. Op zijn nieuwe locatie: één bij twee meter, met een prachtig stukje natuursteen er bovenop. Marmer, want daar hield Joop van.

Harry Siereveld

GEEN REACTIES