Wat dialoog? Straks breekt de pensioenpleuris uit

Het tot nu toe meest verzwegen besluit tijdens het FTK-debat: fondsen moeten reƫle dekkingsgraad publiceren.

Het door de Tweede Kamer aangenomen nieuwe FTK-voorstel is verrijkt met een nieuw artikel. Daarin is opgenomen dat pensioenfondsen in de staten niet alleen de vertrouwde nominale dekkingsgraad moeten melden aan de DNB, maar ook de reële dekkingsgraad. De Kamer heeft een amendement van Groen Linkser Jesse Klaver met die strekking aangenomen.

Klaver constateerde tijdens het debat terecht dat DNB erop moet toezien dat de langetermijnindexatie ambitie van een pensioenfonds reëel is. “Hoe kan DNB dat in vredesnaam als de toezichthouder geen inzicht krijgt in de reële dekkingsgraad”, vroeg hij zich af.

Ter herinnering: De huidige door pensioenfondsen gehanteerde dekkingsgraad is de nominale dekkingsgraad, waarbij louter rekening wordt gehouden met de opgebouwde pensioenuitkeringen. In de reële dekkingsgraad wordt de verhouding weergegeven tussen het aanwezige fondsvermogen enerzijds en anderzijds de uit te keren pensioenrechten vermeerderd met de toekomstige indexaties.

In het nieuwe FTK spelen die toekomstige indexaties een essentiële rol, omdat een fonds alleen indexatie mag verlenen als zij die in de toekomst naar verwachting kan blijven verlenen. Om dat te bepalen is dus de reële dekkingsgraad van belang.

Dankzij het amendement kent DNB straks die reële dekkingsgraad en kan zij bepalen of een fonds aan de eis van een duurzaam indexatiebeleid voldoet.

Maar daarbij blijft het niet. Klaver wil dat niet alleen DNB die reële dekkingsgraad kent, maar ook dat die openbaar gemaakt wordt zodat alle deelnemers die kennen. Dat laatste wil hij niet geregeld hebben in de FTK-wetgeving, maar in het wetsvoorstel Communicatie pensioenen. En ook voor die gedachte heeft hij een meerderheid in de Tweede Kamer achter zich. Sterker: ook staatssecretaris Klijnsma steunt dat plan.

Letterlijk zei ze: “Ik denk dat dit heel veel inzicht biedt, ook aan alle belanghebbenden. Ik vind het dus een goed idee om het in die wetgeving mee te nemen. Dit wetsvoorstel ligt nu bij de Kamer, dus ik zal bekijken hoe we daarmee om kunnen gaan.”

Het staat dus vrijwel vast dat pensioenfondsen vanaf volgend jaar twee dekkingsgraden moeten gaan publiceren. Dat zal ongetwijfeld heel veel uitleg gaan vergen. Martin Pikaart heeft op de website MeJudice becijferd dat de reële dekkingsgraad van ABP bijvoorbeeld enige maanden geleden uitkwam op zo’n 70%. Pensioendeskundigen zijn van mening dat ABP daarin niet alleen staat. De Tweede Kamerleden zijn het met elkaar eens dat het belangrijk is dat mensen niet alleen weten op welk bedrag ze na hun pensionering kunnen rekenen, maar ook wat dat betekent voor hun koopkracht. Wat ze met dat bedrag kunnen doen in de toekomst. In het spoor van Jesse Klaver vindt de meerderheid van de Tweede Kamer dat het communiceren over toekomstige koopkracht minstens zo belangrijk is als het noemen van bedragen. En daarvoor is de reële dekkingsgraad “hartstikke belangrijk”, zoals D66-er Steven van Weyenberg het verwoordde.

Er is niet veel fantasie voor nodig om te voorspellen hoe de gemiddelde consument zal reageren als inzichtelijk wordt gemaakt hoe het koopkrachtplaatje na pensioen eruit ziet als hij verplicht blijft zich aan te sluiten bij een fonds met een reële dekkingsgraad van 60-70-80%. Het is te hopen dat er op dat moment nog niet al teveel tijd, geld en energie in de brede pensioendialoog is gestoken. Want het staat vrijwel vast dat bij de eerste publicaties over de reële dekkingsgraad de pensioenpleuris pas goed uitbreekt en die dialoog vanaf dat moment opnieuw gestart kan worden.

Jan Aikens

GEEN REACTIES