Nieuw huisvestingscriterium in wetswijziging AOW

In het wetsvoorstel wordt de “twee-woningen-regel” ge├»ntroduceerd: als twee mensen ieder een eigen woning hebben is onder voorwaarden geen sprake van een gezamenlijke huishouding.

Het kabinet heeft een wijzigingsvoorstel van de AOW naar de Tweede Kamer gestuurd waarin het samenwonen-begrip wordt vereenvoudigd. Deze aanpassing heeft staatssecretaris Klijnsma al in oktober 2013 aangekondigd.

Strekking van deze regels is dat als twee mensen ieder een eigen woning hebben die hen vrij ter beschikking staat, er geen andere mensen staan ingeschreven of feitelijk bij hen inwonen en zij ieder de eigen kosten van die woning dragen, er geen sprake is van een gezamenlijke huishouding en ieder van de AOW-gerechtigde een AOW-pensioen van 70% zal ontvangen (“twee-woningen-regel”). De twee-woningen-regel vormt een uitzondering op de beoordeling of er sprake is van een gezamenlijke huishouding, maar is gerechtvaardigd omdat in de twee woningen situatie geen, of in betekenend minder mate, sprake is van schaalvoordelen. In de toekomstige amvb zullen ook nadere regels worden gesteld ten aanzien van het begrip “woning”. Met deze mogelijkheid wordt beoogd aan burgers duidelijkheid te verschaffen over hun situatie als zij ieder over een eigen woning beschikken zodat zij zonder dat zij zich zorgen moeten maken over de hoogte van hun AOW-pensioen elkaar kunnen helpen en ondersteunen.

De twee-woningen-regel vormt een uitzondering op de beoordeling of er sprake is van een gezamenlijke huishouding, maar vindt het kabinet gerechtvaardigd omdat in de twee woningen situatie geen, of in betekenend minder mate, sprake is van schaalvoordelen. Het huidige verzorgingsaspect (wederzijds in elkaars verzorging voorzien dan wel op andere wijze een bijdrage leveren aan de huishouding) is hiermee niet meer of nauwelijks nog van betekenis.

Beëindigen voorschotregeling

In hetzelfde wetsontwerp wordt de voorschotfaciliteit beëindigd. De Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd voorziet met ingang van 1 januari 2013 in een stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd naar 66 jaar in 2019 en 67 jaar in 2023. Om mensen die dicht tegen de AOW-leeftijd aanzitten een overbruggingsmogelijkheid te bieden tussen de leeftijd van 65 jaar en de nieuwe AOW-leeftijd is bij die gelegenheid een voorschotfaciliteit gecreëerd. De SVB verleent op aanvraag aan personen die de AOW-leeftijd bereiken in 2013, 2014 en 2015 een voorschot op het AOW-pensioen over respectievelijk één, twee of drie maanden in de vorm van een renteloze lening.

De toelichting over het afschaffen van de regeling: “In het regeerakkoord is opgenomen dat voor mensen die per 1 januari 2013 deelnemen aan een VUT- of prepensioenregeling en zich niet hebben kunnen voorbereiden op de AOW leeftijdsverhoging een overbruggingsregeling wordt ontworpen. In het regeerakkoord is tevens opgenomen om de voorschotregeling af te schaffen. Deze is niet langer nodig, wanneer de nieuwe overbruggingsregeling in werking treedt. Een bijkomend argument is dat er maar zeer beperkt gebruik wordt gemaakt van de voorschotregeling. In 2013 is door circa 2500 mensen een voorschot aangevraagd. Dit betreft slechts 1% van het totaal aantal mensen dat in deze periode AOW-gerechtigd werd of wordt.

Daarnaast is van belang dat in het Sociaal Akkoord van 11 april jl. is afgesproken de overbruggingsregeling te verruimen en open te stellen voor mensen met een inkomen tot 200 procent van het wettelijk minimumloon die alleenstaand zijn en tot 300 procent van het wettelijk minimumloon voor mensen die gehuwd zijn of ongehuwd samenwonen. Inmiddels is de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW met ingang van 1 oktober 2013 in werking getreden, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013. Ook is in dit verband van belang dat de doelgroep van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW is verruimd naar mensen die op 1 januari 2013 een uitkering ontvingen op grond van een regeling die vergelijkbaar is met een VUT- of prepensioenregeling.

De voorschotregeling wordt zodanig gewijzigd dat alleen personen die tot en met een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de leeftijd van 65 jaar bereiken nog een voorschot kunnen aanvragen. Het is de bedoeling dit tijdstip vast te stellen op 1 oktober 2014.

GEEN REACTIES